De fysieke en mentale grens

Van Christel Deugd kreeg ik de vraag hoe ik omga met het mentale aspect wat bij mij als ruiter ligt als ik train met het doel verder te komen in de dressuur.

Christel schets de situatie dat ze zelf af en toe tegen een mentale rem aanloopt waarbij ze moeite heeft om de grenzen bij haar merrie op te zoeken om een stap verder te komen in de training. Waar ligt de grens van het leervermogen en hoe zoek je een trainingsgrens op zonder dat je je paard overvraagd, beledigd of onrecht aan doet. Hoe daag je je paard uit zonder die grens voorbij te gaan en hoe blijf je consequent zonder het respect te verliezen.

De leerlingen die al langere tijd bij mij lessen zeggen wel eens dat hoe hoger ik zelf in de sport ging rijden, hoe meer ik gefocust raakte op de basisbeginselen van het rijden. Toen ik naast Whatnow ook mijn merrie Zoohee in de Grandprix mocht starten ging ik nog meer focus op de basis leggen. Zowel in mijn eigen training als tijdens de lessen die ik geef. Een aantal leerlingen viel dit heel nadrukkelijk op en gaven mij dit ook terug als feedback. Gelukkig positief.

De afgelopen jaren heb ik heel wat bijgeleerd. Doordat ik zelf (een klein beetje) ouder, volwassener en wijzer geworden ben kan ik steeds beter analyseren wat ik goed en fout gedaan heb. Ik ben er ook van overtuigd dat het leven zo werkt. Je leert van ervaringen en zo maak je van jezelf iemand die continue zichzelf ontwikkeld, mits je de instelling hebt dat je ervan wilt leren.

Met mijn eerste eigen paard heb ik behoorlijk wat fouten gemaakt. Ik had geen geld om dure lessen te volgen en was zodoende altijd zelf wat aan het aanmodderen en reed mee in de groepslessen op de vereniging. Daarnaast was ik opgewonden standje en wilde ik vaak mijn zin doordrijven. Dat was thuis zo, op school, maar ook op het paard. Af en toe denk ik er wel eens aan terug en ben ik erg blij dat paarden niet uit de school kunnen klappen wat er allemaal gebeurd is door mijn onkunde en ongeduld.

Zo maakte mijn merrie altijd een vliegende wissel in de contragalop. De wil om dat te overwinnen en verder te komen maakte dat ik met regelmaat mijn geduld verloor en haar niet op mis te verstane wijze probeerde wijs te maken dat het niet juist was dat zij wisselde.

Een aantal leerzame jaren later waarin ik ging werken voor een baas en zodoende geld verdiende waar ik lessen van kon volgen, zorgde ervoor dat ik toch met behoorlijk succes in de klasse Z1 kwam te rijden met ditzelfde paard. Langzaam werd er tijdens mijn lessen gewerkt aan de vliegende galopwissel maar dit werd een kansloze onderneming. Ik had, zo eigenwijs als ik een aantal jaren daarvoor was, mijn merrie heel duidelijk geleerd dat een vliegende wissel in een bijna doodervaring resulteerde. Mijn merrie besloot dan ook om voor geen goud een wissel te springen en als het wel lukte werd het voor mij een bijna doodervaring want ze schoot er vervolgens in blinde paniek vandoor.

Een hele heldere les durf ik dit te noemen. En voor alle lezers die hier ook wel eens mee te maken hebben….. straf het niet af want later als je groot bent….

Terug naar de vraag…… De worsteling met mezelf heb ik ook met regelmaat gehad. Hoever kan ik nu gaan in de training om verder te komen en mijn doelen te halen? Op welke manier hou ik mijn paarden vrolijk en blij en laat ik ze plezier hebben in de training? Hoe trigger ik mijn paard om net een stapje meer te doen? Hoe help ik mijn paard de grenzen in de training verleggen om sterker te worden of juist soepeler? En op welke manier blijf ik mezelf prikkelen om door te zetten, ook als het tegenzit.

Voor mij begint het met het stellen van doelen. Ik probeer echt heel realistisch over een doel te zijn en wil daarbij echt zeker weten dat het haalbaar is voor mij en mijn paard. Om dit te toetsen vraag ik mijn trainers om advies en hulp maar grijp ik ook terug naar mijn eigen gevoel. Heb ik voldoende uitdaging in dit doel? Ben ik de enige die dit doel kan beïnvloeden?

Wanneer dit allemaal voor mijn gevoel en redenatievermogen klopt ga ik aan de slag met het stellen van tussendoelen en trainingsdoelen zodat ik de training heel bewust kan opbouwen. Daarnaast blijf ik altijd naar mijn gevoel luisteren. Voelt iets goed aan? Is de communicatie juist met mijn paard en merk ik een positieve reactie bij mijn paard na afloop van de training. En vooral, hoe voelt het paard de dag na de bewuste training aan laat mij weten of ik op de goede manier bezig ben of dat ik een andere aanpak moet zoeken?

De training  bouw ik zo op dat de paarden sterker, soepeler en meer uithoudingsvermogen krijgen en dit doe ik echt met veel rust, afwisseling en nadenken. Vanaf de eerste stappen onder zadel ga ik al opbouwen. Een paard moet sterker kunnen worden, soepeler kunnen worden en meer uithoudingsvermogen krijgen. Dat is ook echt de rode draad in mijn training. Ook leer ik ze eerst klein gaan voordat ze groot mogen lopen. Eerst lullig lopen en dan pas vlammen.

Ik doe veel aan krachttraining, schakelen, overgangen en dit ook in zijgangen. Doordat mijn paarden vrij aardig aan de hulpen zijn (kan altijd beter) voel ik aan tot waar ik kan gaan en wanneer ze minder op de hulpen gaan reageren omdat ze moe worden of het niet (meer) begrijpen. Wanneer mijn paarden een signaal afgeven dat ze het niet aankunnen door te drammen, scheef te gaan lopen of te knarsen, staartzwiepen of wat dan ook ga ik de opdracht op een andere manier geven. Doen ze dan wel het gevraagde beloon ik overduidelijk en wanneer ze het niet doen ga ik op zoek naar een andere aanpak.

Daarnaast blijf ik ook nog steeds een mens en verlies ik, net als ieder ander, weleens mijn gevoel of geduld en is de prestatiedrang iets te groot en vraag ik toch teveel door of word ik erg onrustig. Daarna voel ik me rot en schuldig en soms kan ik er wel van janken. Zulke momenten zorgen meestal niet voor een positieve ontwikkeling in de training maar ook dat hoort erbij. Ze zorgen er wel voor dat ik weer scherp bij mezelf blijf.

Ik denk dat ik inmiddels wel van mezelf mag zeggen dat ik door mijn simpele en no nonsens manier van trainen mijn paarden ver boven hun verwachte kunnen gebracht heb. Twee doodsimpele paarden heb ik op kunnen leiden naar het hoogste niveau en ik ben steevast van plan om dat nog eens te herhalen met andere paarden.

Met mijn mentale grens discuseer ik niet meer. Ik weet inmiddels wat ik kan en ik weet ook dat ik kan aanvoelen of mijn paarden het gevraagde aankunnen. Door alle opgedane ervaringen is mijn zelfvertrouwen daar enorm in gegroeid en heb ik daar ook voldoende bevestiging op gehad.

De grenzen zoek ik op door te blijven voelen en te luisteren naar wat mijn paarden aangeven in de training. Mijn vos probeert altijd alles voor me te doen en doet alles op zijn karakter. Mijn merrie doet liever niet zoveel maar als ik haar op de juiste manier kan motiveren doet ze alles en kan ze er zelfs eens schepje bovenop doen. Ook dat is een kwestie geweest van leren, erover nadenken en achteraf analyseren. Daar heb ik uiteraard ook fouten in gemaakt door mijn merrie op dezelfde snelheid op te trainen als mijn vos wat zij dus niet aankon.  Dat is een heel groot en goed leermoment geweest.

Je paard uitdagen zonder te overvragen heeft ook te maken met hoe goed je je paard kunt aanvoelen. Zelf rij ik haast alle dagen dat ik train in de binnen- of buitenbak. Ik doe een warming-up, rij nooit vaker dan 1 keer heel de hoefslag rond en wissel veel af qua overgangen, tempowisselingen, figuren en zijgangen. Zo krijgen mijn paarden elke keer een nieuwe opdracht waardoor ze scherp blijven en op moeten letten. Na de warming-up ga ik aan het werk met mijn trainingsdoelen maar mocht dat doel niet passen bij hoe mijn paard aanvoelt of hoe ik aanvoel dan pas ik dat direct aan. Ik speel dan in op de situatie van die dag.

Na de training doe ik een cooling-down waarbij ik zorg dat ze weer op adem zijn en als het weer het toelaat stap ik over het terrein uit of rij ik over de rand van de akker naast de stal. Mijn paarden komen er naast hun training nog uit om in de paddock te staan waarbij ze ook echt contact kunnen hebben met elkaar.

Het consequent zijn is iets wat ik van nature al heb en ik ben daarin ook erg duidelijk. Wanneer ik mijn paarden iets nieuws aanleer doe ik dat elke keer met dezelfde hulp en vaak ook op dezelfde plek. Wanneer dat goed gaat ga ik pas afwisselen. Wanneer ze voor me uit gaan denken doe ik de oefening afwisselen met een wachtoefening waarin ik opeens een overgang terug maak of een hele andere lijn inzet.

De manier waarop je je paard beloont is daarin ook een hele belangrijke. Elke mens en dier leert beter wanneer het op de juiste manier en op het juiste moment beloont wordt en heeft minder plezier in leren wanneer het constant op fouten gewezen wordt en er op gemopperd wordt.

Terug naar de korte versie van de vraag: hoe ik omga met het mentale aspect wat bij mij als ruiter ligt als ik train met het doel verder te komen in de dressuur.

Ik blijf mezelf ontwikkelen door te trainen bij trainers die mij ook op dit gebeid begeleiden en mij altijd weer voor een paar dagen of weken weten te motiveren om door te zetten (ik werk en train meestal alleen en dat is niet altijd makkelijk als ik het erg druk heb en lange dagen maak)

Ik blijf na elke training, tijdens het uitstappen of later als ik thuis ben, analyseren wat ik gedaan heb en hoe dit aanvoelde waarbij ik besluit om op deze manier door te gaan of juist verder te kijken naar een andere manier waarop ik mijn training kan aanpakken.

Ik probeer altijd mijn paarden aan te voelen. Niet alleen als ik met ze aan het trainen ben maar ook hoe ze in de stal staan, hoe ze meelopen in de paddock en wat het gedrag is in de paddock en ook hoe de reactie is op mijn aanwezigheid. De belangrijkste hierin is hoe ze aanvoelen zodra ik in het zadel zit. Dan weet ik meestal al genoeg.

Ik weet dat elke rit een leermoment is voor mijzelf en mijn paarden en heb leren accepteren dat daar fouten bij horen en dat ik daar ook weer van leer.

Ik geniet!

Beoordelen of veroordelen

Van Barbara Thomas kreeg ik de volgende vraag: Hoe ga je om met het gevoel dat mensen langs de kant je rijkunsten beoordelen of veroordelen? Wanneer je aan het rijden bent staan er vaak mensen te kijken, zowel op wedstrijd als gewoon thuis tijdens de training. Vaak willen we op zo’n moment dat de training of proef perfect gaat en hoe meer we dat proberen, hoe meer spanning erbij komt kijken. Hierdoor wordt het rijden veel lastiger en hoe minder het trainen eigenlijk gaat en hoe meer het gevoel komt dat er nog meer naar het rijden gekeken wordt. Dit wordt dan zo’n vicieuze nare cirkel.

Voor mij is dit gevoel zeker heel herkenbaar en heeft echt alles te maken met de onzekerheid in het eigen kunnen en het vertrouwen wat je in jezelf hebt. Ook leerlingen hoor ik hier heel regelmatig over maar ook collega-instructeurs en zelf professionals.

De eerste vraag die ik tijdens een training naar aanleiding van zo’n opmerking altijd stel is: ‘voor wie rij je nu eigenlijk paard?’ Het meest gegeven antwoord is dan altijd: ‘Voor mezelf’. Mijn antwoord is dan altijd: ‘Dat bedoel ik’, maar dat is natuurlijk wel heel makkelijk gezegd. Toch zet dit al wat in beweging. Het is een soort bewustwording.

Terug naar de twee punten waardoor je dit gevoel krijgt. Vertrouwen hebben in je eigen kunnen te paard en vertrouwen hebben in jezelf. Deze twee punten zijn enorm met elkaar verbonden. Als je geen vertrouwen hebt in jezelf dan is het helemaal lastig om te vertrouwen op je eigen kennen en kunnen.

Jaren geleden reed ik vaak op paarden van anderen. Ik mocht de paarden opleiden en op een gegeven moment mocht ik ook gaan starten met deze paarden. Wanneer er dan een eigenaar kwam kijken vond ik dat extra spannend. Wat vond de eigenaar van de vorderingen? Wat vond de eigenaar van onze prestatie en voldoen we wel aan de verwachtingen die ze van ons hebben? Allemaal vragen die ik mijzelf oplegde maar die in de praktijk nog nooit door de eigenaren gesteld zijn. Ze waren altijd trots op hun paard en doordat ik behoorlijk onder woorden kon brengen wat er positief en minder positief verliep tijdens zo’n proef bleven de eigenaren vertrouwen hebben. De resultaten waren ook altijd prima in orde en er is mijn nooit gezegd dat ik persé moest winnen. De instelling van het fijne opleiden van het paard stond gelukkig boven de prestatieverwachting die op concours gesteld werd.

Toen ik zelf met Whatnow ging starten lagen de verwachtingen ook erg hoog. Niet zo zeer bij mij maar vooral ook bij stalgenoten en bekenden. Het was zo’n fijn paard om te trainen waardoor het als vanzelfsprekend ook een geweldig wedstrijdpaard moest zijn. Ik werd getipt als de nieuwe regiokampioen en er waren heel wat mensen die dat ook tegen mij zeiden. Ik vond dat natuurlijk een enorm compliment maar onbedoeld voelde ik hierdoor zoveel druk dat ik erg gespannen aan het rijden ging en mijn paard zo belemmerde dat er fouten inslopen die totaal niet nodig waren. Weg droom, weg kampioenschap.

Naarmate ik verder kwam in de sport nam mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen ook toe. Mede door de instructie die ik had en heb en de mensen die ik om mij heen verzameld had. Op het moment dat het moeilijker wordt is het zo belangrijk dat je support hebt van fijne mensen om je heen die je helpen maar ook die je steunen en hiermee je zelfvertrouwen helpen vergroten.

Ik omringde mijzelf met positieve mensen waardoor mijn leven ook een veel positievere wending kreeg. (en dat doe ik nog steeds)

Hoe de mens reageert op situaties heeft al de oorsprong in de opvoeding. Op welke manier ben je opgegroeid, in wat voor omgeving en was dat een positieve ervaring of moest je knokken om ergens te komen. Werd je heel zelfstandig opgevoed of werd er iets te goed voor je gezorgd? Hoe was de schooltijd? Werd je gepest of was je populair? Kon je makkelijk leren of had je er moeite mee? En hoe werd je daarin begeleid?

Voor mijzelf kan ik makkelijk vertellen. Ik ben in een gezin van pa en ma en 3 kinderen opgegroeid waarin ik de oudste was. Ik heb hierbij het gevoel dat ik daar wel heb moeten knokken om ‘de weg vrij te maken’ om te gaan stappen (uitgaan) en dergelijke. Mijn ouders stonden wel achter me wat betreft de sport en hebben geholpen waar nodig maar ik moest zelf ook werken zodra dat kon om de kosten van het paardrijden te betalen. Mijn oma en moeder hielpen altijd om alle folders in elkaar te vouwen maar ik bracht ze rond. Met heel slecht weer hielp mijn moeder ook door de nieuwe berg kranten ergens heen te brengen zodat ik niet door sneeuw en ijzel terug naar huis moest fietsen. Er werd goed voor me gezorgd maar was heel zelfstandig aangelegd. Op school werd ik gepest maar ik sloeg er als mijn grens bereikt was gerust op los (en dat heb ik absoluut niet vanuit mijn opvoeding meegekregen}. Ik kan veel te makkelijk leren maar ben er te lui voor en ben veel praktischer ingesteld dan wat ik van huis uit meegekregen heb. Ik heb altijd grenzen opgezocht en regels maken eerder het slechtste in me los dan dat ze wat goeds brengen. Ik ben eigenwijs en weet altijd alles beter maar durf mijn mening zeker bij te stellen als de ander mij kan overtuigen van het tegendeel.

Kortom, ik ben opgegroeid als een knokker die het beste leert van het maken van fouten en negatieve ervaringen heeft leren omzetten in iets positiefs waar ik anderen mee kan helpen. Ik ben geen denker maar een doener en los problemen eerst op voordat ik ga nadenken op welke manier ik dat het beste kan doen. Maar dat ben ik. En ik heb dus al mijn goede en slechte ervaringen gebruikt om beter te worden. Ik heb ervoor moeten vechten, en nog steeds, om alles te bereiken wat ik wil bereiken en daardoor ben ik een sterk mens geworden.

Op de momenten dat ik twijfel aan mezelf of aan mijn eigen kunnen hanteer ik een aantal handelingen om heel bewust over de onzekerheid heen te stappen. Ik probeer ze hieronder een beetje logisch te omschrijven.

De belangrijkste is positieve denken; ik probeer alle negatieve gedachten om te keren naar goede en positieve dingen. Ik laat geen negatieve gedachten toe en mocht ik dat merken dat ik ze heb dan piek ik die geschiedenis papagaai van mijn schouder (zie ander blog) Als ik een minder goede ervaring wil delen probeer ik die altijd een positieve wending te geven. Ik lag er niet bijna naast maar ik bleef nog net zitten!

Wanneer ik nadenk over dingen die ik verkeerd gedaan heb bedenk ik gelijk op welke manier ik ervan geleerd heb en bepaal ik hoe ik het de volgende keer ga aanpakken. Wanneer ik ergens aan twijfel ga ik op zoek naar gelijke momenten waarbij het lukte en maak ik er ook een positieve gedachte van. En geloof me, dat is lastig maar naarmate je het vaker doet, hoe makkelijker het gaat.

Als tweede zorg ik dat ik positieve mensen om me heen heb. Mensen die me steunen, opvangen en die mij vertrouwen maar ook die ik kan vertrouwen.

Belangrijk is om te beseffen dat iedereen, ook alle toeschouwers, grotendeels hetzelfde gevoel hebben wat jij ook ervaart. Ieder mens heeft zijn onzekerheid, zijn twijfels en iedereen heeft moeite om het leven te leiden dat hij het liefst zou willen leiden. Probeer je niet op een oneerlijke manier te vergelijken met anderen en weet dat iedereen zijn eigen ontwikkeling doormaakt. Respecteer jij dat van hen, dan dwing je vanzelf het respect af voor jezelf. Zelfs de meest succesvolle mensen twijfelen aan zichzelf en vaak doordat we elkaar maar oppervlakkig kennen geven we de ander het stempel dat hij of zij beter is dan de ander of dan onszelf, of noemen we die ander de arrogant, de onaardige of de nietsnut. Op het moment dat mensen naar je kijken besef dan dat zij daar niet staan om zich beter te voelen maar dat ze dezelfde onzekerheden ervaren die jij ook hebt en wellicht juist staan af te kijken hoe jij daarmee omgaat.

Als derde reken ik af met angsten. Angst is echt de grootste belemmering in het leven. Door angst te hebben stop je met je doelen en acties en bereik je niks meer. Actie is de oplossing voor angst. Durf die angst onder ogen te komen en ga ermee aan de slag. Durf je dat niet alleen, zoek dan iemand op uit je positieve kring mensen die je daarmee kan helpen.

Zo vond ik het lastig om zomaar anderen aan te spreken. Ik heb dat overwonnen door overal waar ik was, liep of zat, gedag te zeggen. Was ik aan het hardlopen, dan zei ik tegen iedereen die ik tegenkwam gedag. Toen mijn hardloopmaatje mij opeens voor was in het gedag zeggen werd ik er gewoon ‘pissig’ om waar we dan wel weer hartelijk om gelachen hebben. Door het spannende juiste te doen wordt het steeds makkelijker. Maar ook door het te zeggen wordt iets makkelijker. Zo zei ik altijd aan het begin van een lezing dat ik het wel spannend vond om voor zoveel mensen te spreken. Hierdoor gaf ik mijzelf bloot, ontstond er begrip en was ik eigenlijk al mijn spanning al weer kwijt. Inmiddels is dat niet meer nodig omdat ik daarin gegroeid ben.

Tot slot heb ik geleerd om zelfvertrouwen uit te stralen. Ook al zijn er momenten dat ik dat niet heb, weet ik wel mijzelf te presenteren als mevrouw zelfvertrouwen. Ik durf mensen aan te kijken en contact te maken en door me op die manier te presenteren heb ik ook bergen meer zelfvertrouwen gekregen. Zorg dat je kleding draagt die fijn zit en doe geen dingen die je in een vertrouwde situatie ook niet zou doen. Wees niet bang als mensen je hierdoor arrogant gaan noemen. Om te presteren heb je dat tikkeltje (nep)arrogantie nodig.

Laat zien wie je bent en werk aan je authenticiteit. Met andere woorden; Leer te staan waar je voor staat en durf de confrontatie met je eigen onzekere ik aan te gaan. En als je dat toch heel moeilijk vind, zoek iemand die je erbij kan helpen.

Voorbereiding op wedstrijd

Van Ilse Ganzinga kreeg ik een vraag over hoe de voorbereiding eruit ziet in de week voor een wedstrijd. Daarnaast wil ze graag weten of ik een specifieke opbouw heb qua beweging geven, wanneer ik proefgericht oefen en wanneer niet. Ook of ik mijn spullen invet voor de wedstrijd of dat ik dat juist laat om alles zo normaal mogelijk te houden. Verder wil Ilse graag weten of mijn paard extra supplementen krijgt en of er nog andere dingen zijn waar ik rekening mee houd?

Deze vraag kwam bij Ilse naar boven omdat ze komende zondag haar L2-debuut heeft en haar eigen planning niet helemaal kan verlopen zoals ze dat graag zou willen. Hierdoor is ze genoodzaakt om de dag voor de wedstrijd haar merrie te longeren in plaats van te rijden.

Het zijn eigenlijk een heleboel vragen die ik één voor één zal beantwoorden.

De voorbereiding in de week voor de wedstrijd is niet heel erg veel anders dan hoe mijn huidige trainingsweek eruit ziet. Ik probeer zoveel mogelijk te werken aan ritme en regelmaat in mijn trainingsschema. Zo heb ik vaste dagen waar ik op train en vaste dagen waarop ik mijn paarden longeer. Ik ben een voorstander van schema’s maar vind het vooral erg belangrijk om elke dag na afloop van de training bij te houden wat ik gedaan heb en hoe dat verlopen is. Zo hou ik het, ondanks alle prachtige boeken en apps gewoon bij in mijn digitale agenda. Tijdens mijn online training die ik in samenwerking met Paard&Lifestyle gemaakt heb leg ik precies uit op welke manier ik dat doe. Ik noteer een R+ als ik fanatiek gereden heb, een R- als ik een simpele training gedaan heb, L+ is hard werken aan de longe en L- betekent dat ik het eigenlijk te druk had en mijn paard gecontroleerd heb laten lanterfanten aan een lijntje. Daarnaast hou ik bij dat ze in de paddock of wei geweest ben en wat er nog meer voor bijzonderheden waren.

Door het op deze manier ook bij te houden weet ik precies wanneer mijn paarden op en top fit zijn. Als ik opstap en een waanzinnig gevoel krijg, ze alles doen, los in het lichaam zijn, dan kijk ik terug en weet ik wat ik de dagen ervoor met ze gedaan heb. Door dit van de afgelopen vier dagen nog eens opzettelijk te herhalen kan ik controleren of dit ook echt een perfecte voorbereiding was om mijn paard op de bewuste dag topfit te hebben. Is dit zo dan neem ik die voorbereiding op in mijn trainingsschema en zorg ik dat de topdag is op de dag van de wedstrijd.

Dit is bij elk paard heel verschillend. Nu wat lastiger uitleggen omdat ik in principe maar één wedstrijdpaard heb, maar vorig jaar had ik er drie en dat was even goed opletten. Waar de één wat harder aan het werk moest, was het juist bij de ander nodig om juist een stapje terug te doen.

Mijn merrie waar ik momenteel Grandprix mee rijdt is op dit moment erg aan het ontwikkelen. Op een hele positieve manier. Of het nu komt dat zij nu mijn nieuwe nummer 1 is door verkoop van mijn vos of dat ik nu meer tijd heb te besteden aan haar verzorging en training durf ik niet te zeggen. Het blijft natuurlijk een diva die graag de aandacht wil dus ik gooi het maar op een combinatie van beide. Ze komt dagelijks in de paddock, de ene dag wat langer dan de andere. Op dinsdag is de dag dat ze altijd aan de longe loopt en niet wordt gereden. De dag voor de wedstrijd moet zij wat harder aan het werk en op de dag van de wedstrijd loopt ze voor vertrek ook altijd aan de longe. De dag na de wedstrijd krijgt zij een lichtere training en daarna pak ik mijn schema weer op zoals het altijd is.

Ik wissel zwaardere en intensievere training altijd af met lichtere training zodat het lichaam de tijd krijgt om te herstellen. Zo hebben mijn paarden zo min mogelijk last van spierpijn en zitten ze goed in hun vel. Omdat ze naast hun training ook voldoende bewegen (uit de stal komen) heb ik gemerkt dat ze heel goed herstellen en daardoor ontwikkelen.

Maak ik gelijk een sprongetje naar de supplementen. Ik gaf verschillende supplementen tot ik in Ermelo aanwezig was voor de coach 5 opleiding. Ik mocht hier rijden met een hartslagmeter en mijn paard had er ook eentje om. Niet dat daardoor mijn wereld veranderde maar in de ochtend hadden de cursisten training gehad over onder andere warmte-reguliering. Ik weet er absoluut niet alles van maar wat ik begreep is dat het lichaam van een paard door de grote spiergroepen veel langzamer afkoelt dan wij denken. Het uitstappen met een deken zou ook niet bevorderlijk zijn voor het afvoeren van de afvalstoffen die het paard door de huid uitscheidt tijdens en na de training. Zo trekken we zelf ook geen skipak aan als we vijf kilometer hebben hardgelopen maar wachten we met douchen of warme kleding aantrekken tot ons lichaam weer afgekoeld is.

Ik was hier wel erg door getriggerd en ben dat eens gaan uitproberen met mijn paarden. Mijn paarden zijn geschoren en dus deed ik de warming up met deken tot ik ging draven en ook na afloop van de training ging er gelijk een deken op. Ik ben daar echt van de een op de andere dag mee gestopt. Tijdens het losstappen geen deken meer op tenzij ik van stal direct de koude buitenbaan in moest met oostenwind. En uitstappen zonder deken, na afzadelen ook nog uit laten wasemen zonder tocht (deuren dicht) en dan pas de zweetdeken op.

Na een klein kwartier kan dan de winterdeken weer op en eerlijk waar, dat is de reden dat ik ben gestopt met de supplementen. Puur om te kijken of het nu echt lag aan mijn nieuwe werkwijze met dekens of dat er toeval in het spel was dat de supplementen het werk extreem goed gingen doen waar ze ook voor bedoeld waren. Ik geef dus echt helemaal niks meer, enkel bij warm weer en veel zweten voer ik nog elektrolyten.

Ik train met regelmaat proefgericht. Ik ben daar ook echt een voorstander van en het hoort ook bij mijn voorbereiding naar de wedstrijd toe. Door de proef vooraf een keer te rijden weet je waar je gedurende je voorbereiding meer en minder aandacht aan moet besteden. Je kunt lijntjes gaan oefenen maar ook in je gewone training is het belangrijk om echt van letter tot letter te rijden. Als je dit nooit doet en in een proef ga je opeens wel heel secuur sturen dan verras je je paard hiermee en breng je hem in de war. Je bent namelijk nooit zo strikt in het rijden van lijnen en dan opeens wel. Tijdens een clinic van Nicole Werner waar ik bij aanwezig was gaf zij dit ook aan. Als je thuis nooit van letter naar letter rechte lijnen rijdt, hoe kun je dat dan wel in een proef doen, stelde zij. Mooi leermomentje voor mezelf!

Vaak hoor ik dat mensen geen proef oefenen omdat het paard dan teveel mee gaat denken en al vooruit gaat werken. Uhhhmmmm….. dressuur is toch juist dat stukje controle? Werk daar dus aan! Ook aan de controle in de proef. En hoe kun je dat in de proef toepassen als dat thuis al een probleem geeft?

Over spullen invetten zal ik niet teveel ingaan. Dat is echt één van mijn slechtste punten. Er gaat voor de wedstrijd altijd een doekje overheen maar ik neem er veel te weinig tijd voor om het te doen zoals het hoort. Nu ik een paard minder heb merk ik dat er meer rust is in mijn agenda en kan ik ook dit soort zaken weer meer gaan doen op stal. Ik heb een behoorlijke to-do-list gemaakt, ook om alle verzamelde spullen eens flink uit te zoeken en uit te dunnen. Maar het wordt dus zeker extra schoongemaakt, maar meestal op het laatste moment voor vertrek door degene die met me mee op wedstrijd gaat. (waar ik heel dankbaar voor ben)

Verder zijn er nog tig zaken die me bezig houden voor de wedstrijd, maar die zijn eigenlijk ondergeschikt aan alles wat hierboven vermeld staat. Dit gaat meer over of de wedstrijd in mijn agenda past qua trainingsafspraken, lesgeven, clinics en dat kleine beetje priveleven wat ik heb en wie er beschikbaar is om mee te gaan. Of ik de hond mee kan nemen en of ik voor eten moet zorgen voor onderweg voor groom en mijzelf (ook een hele slechte kant van mezelf wat ertoe leid dat mijn grooms altijd overlevingspakketten bij zich hebben)

Verder vergeet ik regelmatig het paspoort sinds het verplicht is om dat op stal te bewaren. Sindsdien  roept iedereen bij mij op stal, zodra de trailer achter min auto staat, altijd wel wat over het paspoort en dat ik dat niet moet vergeten. Dus gelukkig neem ik het daardoor wel elke keer mee.

Als ik door omstandigheden af moet wijken van mijn schema of mijn voorbereiding anders moet doen dan maak ik me daar niet druk om. Het gaat erom dat mijn paard wel beweging heeft en fit is en of ik dan longeer of erop zit is dan om het even. Ik weet dat ik haar iets meer aan het werk moet zetten op de dag voor de wedstrijd en dat kan ook als ik ernaast sta.

Succes met je debuut!

Wedstrijddoelen! Ook voor mij?

Wanneer je met je paard lekker aan het rijden bent komt op een gegeven moment een periode waarin je besluit dat je ook wel wedstrijden wilt rijden.

Voordat je echt op pad gaat is het handig om je proef wel een keer te oefenen. Dat kun je uiteraard gewoon zelf doen, maar je kunt ook aan de instructeur vragen of die je ermee helpt. Samen kun je dan aan de slag met de verbeterpunten.

Als je het nog wat spannend vindt om direct officieel te starten zijn er ontzettend veel mogelijkheden om te oefenen.

Je kunt bijvoorbeeld meedoen aan een onderlinge wedstrijd. Dat kan op je eigen vereniging, maar soms ben je ook welkom op een andere vereniging. Op een andere locatie zie je toch vaak dat er net wat meer spanning ontstaat!

Ook is het leuk om een oefenwedstrijd te rijden waarbij de jury na de proef je ook nog 20 minuten tot een half uur helpt met de onderdelen die in de proef niet zo goed gingen of nog stukken beter konden. Het leuke hieraan is dat je de proef kunt filmen en dat het jurylid het commentaar direct inspreekt op de film. Heel leuk en leerzaam om thuis terug te kijken.

Dan is het tijd om je voor een echte wedstrijd in te schrijven. Je zorgt dat alles ruim van tevoren klaar staat! Ook zorg je dat je iemand meeneemt die je kan helpen met opzadelen en de beenbeschermers af kan doen als je aan de beurt bent. En natuurlijk iemand (en dat kan ook dezelfde zijn) die je proef voorleest.

Je probeert goed te luisteren en probeert alle onderdelen zo goed mogelijk te rijden. Na afloop besef je wat goed ging en wat niet goed ging. Er staan opmerkingen op je protocol en daar kun je weer verder mee aan de slag. En met een beetje mazzel heb je ook nog een winstpunt of een prijs behaald.

Klinkt een beetje als de ideale wereld.

In werkelijkheid komt er nog wat meer bij kijken. Want zoals we thuis kunnen rijden, rijden we nergens! Opeens is daar een kriebel in de buik, kun je geen hap door je keel krijgen of vergeet je te ademen. Tijdens het losrijden gaat het allemaal nog wel, maar als je de proef in mag vergeet je wat je moet doen, zie je meer wat er om de baan heen gebeurd en hoor je je voorlezer haast niet meer.

Ik zou willen dat ik nu kon schrijven dat dit een beetje overdreven opgeschreven is om wat duidelijk te maken. Dat is het helaas niet. Met een hartslagmeter bij de ruiters en amazones zijn er tijdens de proef hartslagen gemeten van ongelooflijk veel slagen per minuut!!! En dat is geen uitzondering!

Er zijn ruiters die een week voor de wedstrijd al aan de diarree zijn of moeten overgeven! Of zelfs vlak voor of nadat ze op hun paard stappen. Maar ook de concentratie laat het soms afweten. Je bent in gedachten overal mee bezig, maar zeker niet met je proef. Door de spanning word je nonchalant in je rijden en maak je fouten.

Is dat wedstrijd rijden dan echt wel zo leuk?

We kunnen het zeker leuk maken! Door minder eisen te stellen aan onszelf en door te gaan werken met doelen. Door eens na te denken waarom we eigenlijk die wedstrijd willen rijden en door zeker te zijn van ons eigen kennen en kunnen. Door minder waarde te hechten aan wat anderen van ons vinden en voor onszelf te rijden, het gevoel van dié proef waar we naartoe aan het werken zijn.

Wedstrijd rijden hoort leuk te zijn! Je hoort er een les uit te trekken, te leren ontdekken waar jij staat in de training en wat je nog moet verbeteren aan jouw paard, jouw hulpen en jouw training.

Je moet jezelf kunnen verbeteren door bewust aan de slag te gaan met je sterke en zwakke punten in de proef zonder dat dit je opbreekt of dat je mentaal niet in staat bent om ermee verder te gaan.

Een paar jaar geleden heb ik in samenwerking met Paard&Lifestyle de training Beter Presteren op Wedstrijd gemaakt. Deze training wordt vanaf januari 2017 aangeboden via BWR-Online.com. Tijdens deze training leer je:

  • beter te presteren in de ring
  • weten waar jij nog punten laat liggen
  • je beter voorbereiden
  • hoe je ontspannen en met vertrouwen op wedstrijd kunt gaan

Last van spanning in de stap

Magda: “Mijn paard kan goed stappen met de hals op lengte en valt hierbij niet uit elkaar. Maar als ik hem wil verzamelen en dus iets meer druk op de teugels zet zodat hij zijn hals iets korter maakt, dan neigt hij naar de telgang en gaat soms ook zo lopen. Nu is het voorlopig nog niet zo erg dat ik hem nog niet zo veel in de oprichting kan rijden, maar als ik voorbij de M2 wil, moet ik hem toch kunnen oprichten. Ik weet dat hij zijn achterhand verder moet onderbrengen, en dat doet hij ook, maar hij is heel gevoelig op de druk van de teugel. Weten jullie hoe ik dit kan oplossen? Er leiden immers meerdere wegen naar Rome.”

“De stap is een gang waar veel problemen in voorkomen. Zeker wanneer je in de hogere klasses terecht komt en meer oprichting en verzameling van je paard gaat vragen. Vaak zie je dit vanaf de klasse M ontstaan. Problemen die je ziet is dat paarden kort, ongelijk of, zoals bij Magda, in telgang kunnen gaan lopen.

Telgang komt vaak voor bij paarden die van nature groot stappen op het moment dat zij hun rug vastzetten. Mijn eigen merrie is hier een goed voorbeeld van. Zij kan uitgestrekt stappen voor een 9 en ik heb er zelfs wel eens een 10 voor gekregen, maar de overgang terug naar arbeidsstap was vreselijk. Vaak ging zij in telgang lopen en kreeg ik haar er niet meer uit.
Oorzaken
Wanneer je paard zich vastzet heeft dat verschillende oorzaken die allemaal met elkaar verband houden. De eerste is dat de voorwaartse drang, het van achter naar voren rijden, onderbroken wordt. Je zou haast zeggen: Logisch, want je wilt haar juist terugnemen! Toch moet je tijdens het terugnemen in tempo zorgen dat de voorwaartse impuls gelijk blijft.
Een tweede oorzaak is dat je paard tijdens de oprichting niet meer voldoende nageeflijk blijft. Misschien lijkt dit wel zo omdat je paard misschien nageeft in het kaak- en nekgewricht, maar niet meer vanuit de schoft. Dit kun je meestal ook herkennen doordat het eerste gedeelte van de hals vanuit de schoft iets gestrekt blijft. Doordat het paard niet vanuit de schoft nageeft,
komt de rugspier onder spanning te staan en zet het paard de rug vast. Het gevolg is een krabbelende stap, ongelijke stap of een stap die neigt naar telgang of zelfs volledig uitgevoerd wordt als telgang.
Oplossingen
Het probleem van een niet-zuivere stap is zeker te verbeteren, maar dit is niet eenvoudig. Ik ga er hier vanuit dat het probleem zich voornamelijk voordoet bij de overgangen terug en niet in de overgangen naar midden- of uitgestrekte stap.
Er zijn een aantal punten waar je op kunt letten in de training.
Scherper maken op je been
Zoals ik al aangaf, is vaak één van de problemen onderliggend aan een onzuivere stap dat de voorwaartse drang niet voldoende aanwezig is op het moment dat je richting verzamelde stap gaat. Dit probleem kun je al aanpakken vanaf het moment dat je op je paard stapt en begint met de warming-up.
Ik laat zelf mijn paard tijdens de warming-up in stap al veel schakelen, maar dan wel in minimale mate. Dit houdt in dat ik dus geen overgangen van super verzameld naar extreem uitgestrekte stap rijd, maar ik rijd juist kleine overgangen.
Hiermee wil ik een goede reactie op mijn voorwaarts, drijvende hulp maar ook een goede reactie op een afremmende hulp.
Natuurlijk kun je dit ook in de draf en galop meepakken. Waar je heel goed op moet letten, is dat je tijdens de overgangen terug niet zelf te veel terug gaat denken. Dat is een veelgemaakte fout bij ruiters die weten dat hun paard de neiging heeft om de impuls te verliezen in de overgang terug. Een mogelijk gevolg is dat je er dan zelf op anticipeert door onbewust iets te spannen in je lichaam en daarmee blokkeer je de voorwaartse drang.
Beenzetting verbeteren
Op meer controle te krijgen over de beenzetting van je paard, telgang is immers een taktfout, kun je oefeningen als wijken voor de kuit, schouder voor en travers meenemen. Deze oefeningen zijn ook goed uit te voeren op de volte. Doordat ik mijn paard geleerd heb dat we in de stap eigenlijk veel meer kunnen dan alleen rechtuit en achterwaarts, blijft de aandacht veel beter bij de hulpen die ik geef. Je daagt je paard uit om op te blijven letten.
Ook als ik mijn paard in de training even laat stappen om op adem te komen, laat ik mijn paard wat overstappen voor de kuit, maar ook oefeningen zoals de keertwending om de achterhand kun je meenemen. Deze hoeft niet per se klein te zijn zoals in de proef; als de techniek maar correct blijft.
Overgang naar verzamelde stap
Een veelgemaakte fout in de overgang naar verzamelde stap is dat ruiters eerst hun teugels korter maken en daarmee de hals en paslengte van het paard verkorten om zodoende te verzamelen. Zoals Magda al aangeeft in haar vraag moet de achterhand van het paard in de verzameling meer onder treden en komt er van daaruit meer oprichting komen. Ik doe dit zelf op de volgende manier:
Ik maak mijzelf vlak voor de overgang naar verzamelde stap goed lang in mijn houding.
Ik ga als het ware overdreven rechtop zitten alsof iemand met een touwtje aan mijn helm trekt. Met mijn zit vraag ik daarmee of mijn paard terugkomt en schuift de onderhand iets onder. Ik houd mijn paard zacht in zijn mond en hij komt iets meer in de oprichting.
Zonder de verbinding te veranderen kan ik dan de teugels iets oppakken en verkorten. Op dat moment geef ik een korte, kleine voorwaarts drijvende beenhulp om de impuls te bewaren. Na de voorwaartse reactie van mijn paard vang ik, via een weerstandbiedende, maar verende hand, het te veel aan voorwaartse drang op.
Door mijn hand direct te ontspannen is het gevolg dat mijn paard meer terug komt met een voorwaartse impuls zonder dat er sprake is van spanning wat zorgt voor een blokkade in de schoft, schouder of rug. Het paard blijft dus voorwaarts denken, komt toch terug in tempo en paslengte en blijft nageven.
Let op!
Als je overgangen en tempowisselingen gaat rijden, let er dan op dat weg ook echt wegis en terug ook echt terug. Vaak gaat een paard een dribbel of stokkerige pas maken tijdens het terugrijden om toch onder de voorwaartse drang en aanspanning uit te komen. Als je dit voelt gebeuren, rijd dan direct weer uit de overgang en zoek eerst de activiteit en aanspanning weer op.
Door deze tempowisseling regelmatig te oefenen en af te wisselen met lijnen uit de proef, in combinatie met de hierboven geschreven oefeningen, is de stap van mijn paard naar verzameling toe behoorlijk verbeterd. Eigenlijk heb ik er de afgelopen jaren zelfs geen opmerkingen meer over gehad en halen we tijdens de proeven uitsluitend voldoendes voor de staponderdelen.
Succes!

Groomen? Is dat voor iedereen?

Een groom, is dat nu echt nodig?

Hoe fijn is het als je wanneer je op wedstrijd gaat, kunt vertrouwen op iemand die er altijd voor jou en/of je paarden is? Hoe fijn is het als diegene aan een half woord genoeg heeft en direct weet wat er aan de hand is of wat er moet gebeuren? Hoe fijn is het als iemand al een flesje drinken aangeeft terwijl je er nog niet eens om gevraagd hebt?

Natuurlijk hoef je niet altijd te beschikken over een groom die ook op niet-wedstrijd dagen voor je paarden zorgt. Dit is iets wat handig is voor beroepsruiters of stalruiters op de grotere wedstrijdstallen.

Toch kan het op een wedstrijddag wel heel erg handig en prettig zijn om iemand bij je te hebben. Zeker wanneer je op wedstrijd toch al wat last hebt van spanning kan een groom echt je rots in de branding zijn of worden. In deze column wil ik wat dieper ingaan op de rol van een groom en op welke manier de groom jou kan helpen met het beter presteren. Maar ook hoe jij als groom jouw wedstrijdmaatje kunt helpen met het neerzetten van een prestatie

Zelf heb ik enorm veel baat op wedstrijd als er iemand met me meegaat die precies weet wat ik nodig heb om me zowel fysiek als mentaal op en top voor te bereiden op de proef. Om erachter te komen wat voor jou werkt is het goed om eerst na te gaan waar jij behoefte aan hebt.

Die behoefte is afhankelijk van wat voor type persoon jij bent. Hieronder staan een aantal vragen die je kunnen helpen om jouw behoeftes te bepalen. Ik heb de vragen zelf ook beantwoord zodat je kunt bepalen of jij ook die behoefte hebt, of dat jij juist een tegengestelde behoefte hebt.

 

Ben jij meer gericht op wat je doet (de prestatie) of met wie je het samen kunt doen? Of vind je beide belangrijk?

 

Een deel van de mensen is enkel bezig met de prestatie en vindt het resultaat belangrijker dan het team die de prestatie neergezet heeft. Een ander deel van de mensen heeft voorkeur om gezamenlijk naar een doel toe te werken en wordt blij wanneer er gezamenlijk een klus geklaard is.

Zelf ben ik meer gericht op de prestatie maar heb ik zeker anderen om mij heen nodig om mij hierbij te helpen. De prestatiegerichtheid zorgt er wel voor dat ik mezelf voor langere tijd kan concentreren maar zorgt er ook voor dat ik spanning voor mezelf veroorzaak. Ik heb mensen om me heen nodig die mij helpen focussen op het juiste doel.

Behoefte: presteren, anderen die mij helpen om de focus vast te houden.

 

Ben jij een teamplayer, een solist of beide?

Een deel van de mensen voelt zich gelukkig wanneer er gewerkt wordt in een team. Anderen werken veel liever zelfstandig. Ook zijn er mensen die zowel behoefte hebben aan een team maar ook af en toe graag individueel willen werken.

Zelf ben ik echt een teamplayer maar kan ook uitstekend functioneren als ik het alleen moet doen. Ik ben altijd op zoek naar het wij-gevoel en vind het eindresultaat dan ook iets van het team.

Behoefte: met zijn allen de prestatie neerzetten.

 

Ben jij onderzoekend of ga je nieuwe dingen graag uit de weg?

Een deel van de mensen is onderzoekend. Een ander deel heeft minder met veranderingen en gaat nieuwe dingen bij voorkeur uit de weg.

Zelf ben ik een absolute onderzoeker. Ik ben nieuwsgierig aangelegd en neem vaak het initiatief. Ook durf ik een risico te nemen en zal ik weinig voor safe gaan. Ik richt mijn aandacht op het verkennen van de grenzen van de mogelijkheden.

Behoefte: ruimte krijgen om te ontwikkelen en te proberen.

 

Ben jij gericht op verschillen of overeenkomsten?

Een deel van de mensen richt zich op zaken die niet kloppen en onderzoeken continue de verschillen. Een ander deel van de mensen richt zich juist op het totaaloverzicht, de helikopterview. Ook zijn er mensen die zich op beide zaken kunnen richten.

Zelf ben ik meer een verschilzoeker. Dit betekent dat ik een sterkte behoefte heb om alles te laten kloppen. Anderen merken dit direct aan mijn houding en gedrag dat direct sterk veranderd. Dit kan een goede communicatie in de weg staan.

Behoefte: alles moet kloppen.

 

Externe of interne motivatie?

Ieder mens wil waardering. Welke vorm van waardering is voor ieder mens anders. De één heeft meer behoefte aan waardering over de rol die hij of zij daarin gehad heeft (interne motivatie), de ander heeft meer behoefte aan waardering over de behaalde resultaten (externe motivatie)

Zelf heb ik behoefte aan waardering voor beide. Ik heb sterk de behoefte om resultaten te halen in een goede sfeer. Deze combinatie maakt het eenvoudiger mogelijk om evenwicht te vinden in doel en middel. Niet alleen het behalen van het doel is belangrijk, maar ook de manier waarop het doel behaald wordt is heel belangrijk.

Behoefte: waardering in zijn algemeenheid.

 

Moeten, willen of allebei?

Een deel van de mensen geeft zichzelf veel opdrachten en wil duidelijkheid en wil weten waar hij of zij aan toe is. Een ander deel is gevoelig voor alles wat een opdracht is of lijkt. Een eigen keuze staat centraal. Een derde deel van de mensen heeft behoefte aan duidelijkheid maar wil wel een eigen keuze hebben.

Ik ben een absolute “moeter” maar leg dit aan mezelf op. Ik maak overal structuur in en wil grip houden op de situatie. Ik moet veel van mezelf en ben heel consequent in de dingen die ik doe. Duidelijkheid over taken en bevoegdheden hebben een positief effect op mijn prestatie.

Behoefte: structuur en consequentie..

 

 

Wanneer ik dus op wedstrijd ga en echt een groom mee wil nemen die bijdraagt aan onze prestatie dan moet dat iemand zijn die het beste past bij mijn behoeftes. Zoals je ziet is dat best een behoorlijke lijst.

In mijn geval:

–       Iemand die van mijn prestatie ook zijn of haar prestatie maakt en helemaal gaat voor het resultaat

–       Iemand die samen met mij zorgt dat alles gaat lukken

–       Iemand die mij ruimte geeft om iets anders te proberen en daar niet van in de war raakt

–       Iemand die zorgt dat voor mij alles in orde is en alles klopt.

–       Iemand die waardering heeft voor het totaalplaatje

–       Iemand die gestructureerd werkt en consequent is

Dat lijken haast wel functie-eisen. Misschien moet je het zo ook wel eens een keer bekijken. Als ik iemand meeneem op wedstrijd die aan de bovenstaande punten voldoet, dan zorgt dat er voor dat ik mijzelf kan focussen op wat ik op wedstrijd wil doen. Dat ik mij kan focussen op de doelen die ik bepaald heb en dat ik niet hoef te letten op de (voor mij) minder belangrijke bijzaken.

Wanneer ik met iemand anders mee ga om te groomen vraag ik altijd naar wat diegene van mij verlangt. Op deze manier zal ik mijzelf soms flink moeten aanpassen omdat iemand precies het tegenovergestelde van mij verlangt dan waar ik zelf voorkeur in heb. Maar juist door daarin mee te gaan ben ik de ander tot steun.

Ook is het belangrijk dat je jouw groom of wedstrijdmaatje op de hoogte stelt van jouw doel. Wanneer die ander dat is kan hij of zij daar zeker een rol in nemen. Ben jij juist iemand die dat helemaal alleen wil doen, laat dat dan ook weten aan degene die met je meegaat.

Wat mij erg helpt is dat mijn groom mij weet te triggeren of prikkelen op het moment dat het moet gebeuren. Dat ze ziet als er iets niet klopt en dat ze dan weet in te grijpen. Dat ze me vlak voordat ik de ring betreed nog even weet te raken met een opmerking waardoor ik me direct weer kan focussen op mijn doel.

Op dat moment maakt je groom deel uit van jouw prestatie en kun je jezelf bezig houden met de actie die op dat moment moet gebeuren!

 

Debora Pijpers, dressuuramazone, Europees kampioen young riders 2013

Om een topprestatie te kunnen leveren, moet alles kloppen. Een passend team om je heen is daarbij natuurlijk van groot belang. Als ik meerdere paarden mee heb op wedstrijd en ik start vlak achter elkaar of als ik op een wedstrijd waar veel van afhangt ben, vind ik het fijn om een groom mee te hebben. Iemand die zich 100% richt op jouw paard(en) en helemaal op jou en je paard is ingespeeld. Dit geeft je als ruiter meer rust en tijd om je te focussen op wat op dat moment het belangrijkste is: het rijden en je proef. Zelf blijf je natuurlijk altijd de eindverantwoordelijke. Door een goede communicatie met je groom en door zelf een eindcontrole uit te voeren, kan je misverstanden of missers voorkomen.

Mijn paard slaat dicht op wedstrijd

Kaylee Bakkenes:
“Ik rijd nu een jaar op mijn 12-jarige merrie Vivera (v. Obelisk x Apple King). Wij zijn binnen een jaar tijd van het B-dressuur naar het M2 gereden. Echter heb ik tot op heden nog steeds niet één superfijne proef gereden. Ik lees veel problemen over paarden die erg ‘heet’ of ‘rillerig’ worden op wedstrijd, maar mijn merrie doet het tegenovergestelde en slaat dicht. Op wedstrijd stap ik altijd eerst heel goed in, zoals ik thuis ook doe. Zodra ik begin met rijden merk ik al meteen dat ze tegen mijn been is. Vervolgens ga ik veel overgangen maken en laat ik haar ‘naar voren’ denken. Tot halverwege mijn eerste proef gaat dit goed, houden we het allebei uit en gaat het soepel. Maar zodra ik merk dat ze moe wordt, begin ik zelf in het begin van mijn 2e proef ook op te raken omdat ik alleen maar bezig ben met het voorwaarts maken van mijn paard. Verder is ze heel braaf en kijkt ze bijna nergens naar. Ik ben zelf ook niet zenuwachtig op wedstrijd, omdat ik het altijd gewoon over me heen laat komen. Ik zie wel wat de dag brengt, verwacht niets en ik ben eerder te ontspannen dan gespannen.Wat ik me toch afvraag: is dit een soort spanning vanuit mijn paard of komt het toch door mij?”

“Het probleem dat Kaylee omschrijft zal voor veel ruiters erg herkenbaar zijn. Het is inderdaad zo dat er veel wordt geschreven over paarden die op wedstrijd spanning opbouwen en dat dat zich uit in dat ze te sensibel en vlug worden. Je hebt echter ook een categorie paarden waarbij de spanning ervoor zorgt dat ze zich gaan afsluiten voor de omgeving. Het lijkt er op alsof ze dan in hun eigen zeepbel zitten en dat de hulpen van de ruiter en de prikkels van buitenaf, niet meer doordringen.

Natuurlijk is het vanaf papier moeilijk om aan te geven wat de oorzaak is in jouw geval en hoe je dit moet oplossen. Dan zou ik het in real life moeten zien, maar ik zal proberen om een zo goed mogelijk antwoord te geven. Zoals je het omschrijft, lijkt het er inderdaad op dat jouw paard tot de tweede categorie behoort. Je kunt je vervolgens afvragen waar die spanning vandaan komt. Komt dit uit het paard zelf of komt dit door de ruiter die gespannen is? En nog belangrijker, hoe lossen we het op?

Het aangeleerde gedrag doorbreken
Allereerst is het heel belangrijk dat je in zekere mate op de hoogte bent van de manier waarop een paard leert en reageert. Voor deze casus ga ik ervan uit dat het paard eigenlijk (onbewust) geleerd heeft om achter de hulpen te kruipen wanneer je op wedstrijd bent. Of dat nu uit spanning bij het paard weg komt of bij de ruiter is voor dit verhaal niet echt belangrijk.

Je wilt het aangeleerde gedrag doorbreken en je bent daar al mee bezig door het rijden van tempowisselingen tijdens het losrijden. Tijdens het losrijden weet je dus op enige manier het tegen de hulpen zijn te doorbreken, maar halverwege de proef kun je dat niet meer volhouden. De focus op het meer voorwaarts rijden van je paard tijdens de proef brengt een grote valkuil met zich mee. Zeker wanneer je keihard moet werken om je paard aan de gang te houden.

De valkuil is namelijk dat je vaak onbewust verschillende hulpen geeft. Ten eerste zal je meer been geven (voorwaartse hulp), je gaat moeizamer ademhalen omdat je hard moet werken (terugwerkende hulp) en mogelijk knijp je je knieën meer in het zadel omdat je zo veel beenhulp moet geven en je je balans wilt bewaren (terugwerkende hulp). Als je ook nog bang bent dat je paard niet voldoende voorwaarts zal blijven terwijl je haar door de oefeningen en lijnen stuurt, bestaat de kans dat je ook nog wat verkrampt in je lichaam (terugwerkende hulp).

Op deze manier kan het zijn dat je hard je best doet om je paard meer voorwaarts te krijgen, maar door de verschillende, tegenstrijdige hulpen je paard juist meer tegen het been komt. Negen van de tien keer krijgt een paard namelijk zoveel verschillende hulpen dat het niet meer kan reageren. Een paard functioneert nu eenmaal het beste op één hulp tegelijk. En ondanks dat we dat wel weten en ook één hulp tegelijk willen geven, geven we vaak onbewust meerdere, vaak tegenstrijdige, hulpen tegelijk.

Het is belangrijk dat je bij jezelf nagaat of dit ook bij jou gebeurt. Vervolgens moeten we kijken hoe we het aangeleerde gedrag kunnen doorbreken. Waar ik zelf veel mee werk is het rijden met doelen en het rijden op een ritme. Ik zal beide nader uitleggen.

Rijden met doelen en het houden van ritme
Op het moment dat je jezelf een doel kunt stellen voor je proef ga je op een heel andere manier rijden. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om vloeiende lijnen te rijden en om een actief ritme aan te houden. In de week of weken voor je proef besteed je hier al aandacht aan tijdens je training. Je werkt je lijnen net wat meer secuur af en je leert jezelf om een goede focus te houden op die lijnen.

Dan zoek je in je training (hoeft niet direct dezelfde rit) een ritme op waarbij je paard met voldoende schwung en afdruk blijft lopen. In dit ritme ga je spelen met het tempo door te verruimen en te verzamelen. Door deze tempowisseling zorg je dat er aanspanning blijft van achteren naar voren. Let er dan vooral op dat die verruiming of verzameling ook dat actieve ritme blijft houden. Soms (of eigenlijk meestal) worden paarden in het weg of terugrijden groter of trager in de beweging.

Als je thuis dat stukje lijnen rijden en je tempo goed onder de knie hebt, kun je je proef gaan visualiseren. Neem een rustig moment en ga met je proevenboekje even zitten. Lees dit onderdeel voor onderdeel en bedenkt voor jezelf hoe dit onderdeel aan moet voelen in de meest ideale omstandigheden, dus met een voorwaarts, meewerkend paard. Houd daarbij heel goed je ritme in de gaten wanneer je een soort filmpje maakt van jouw te rijden proef.

Wanneer je op wedstrijd bent ga je met je warming-up direct aan de slag met je doel: vloeiende lijnen rijden en je actieve ritme aannemen. In jouw hoofd zul je een en ander moeten resetten zodat je in de actie kunt blijven rijden. Doordat je de lijnen van je proef weet, omdat je in de periode voor de wedstrijd de proef een aantal maal al in je hoofd gereden hebt, hoef je jezelf tijdens de proef alleen maar bezig te houden met jouw doel: vloeiende lijnen en jouw ritme vasthouden.

Ga maar eens na…. Wanneer jij heel geconcentreerd aan de slag gaat met een ritme zal elke storing (terugvallen, over de schouder weglopen, aanleuning) door het doortastende rijden blijven bij een hele kleine storing. In je hoofd ben je in een ritme en je bent gedreven om in dat ritme te rijden. Je weet dat je in het ritme kunt rijden en door deze focus en door te blijven rijden in de actie (focus op je lijnen) zul je steeds meer merken dat het gedrag zal veranderen en je paard meer voorwaarts gericht raakt.

Voor mijzelf heeft deze manier van rijden met een van mijn paarden ruim 20 punten verschil in de proeven opgeleverd. Toch is het belangrijke dat mijn paard zijn terugdenkende houding steeds meer heeft aangepast naar een voorwaartse en meewerkende houding, waarbij hij meer plezier lijkt te hebben en als een happy atlete door de ring gaat.

Natuurlijk is dit niet in één keer opgelost en zal je er heel hard mee moeten gaan oefenen, maar ik weet zeker dat als je geleerd hebt om te rijden vanuit de actie, dat je paard veel fijner voor je uit blijft lopen!

Succes!

Slim trainen met Malene Nootenboom – Dressuurmagazine

28 augustus 2020, 07:00 – Edited on 27 augustus 2020, 11:44 – Mirjam Hommes

Elk paard heeft zwakke punten en bij iedere combinatie lukken sommige oefeningen beter dan andere. Als je dan eindeloos blijft sleutelen aan wat níet goed gaat, kan dat heel demotiverend zijn, ook voor je paard. Bovendien loop je het risico op verzuring en overbelasting. Hoe kan je op een slimme manier werken aan de zwakke punten? We vragen het aan Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden.

“Nu ik met mijn zevenjarige weer van groen naar hopelijk het hoogste niveau aan het trainen ben, vallen steeds meer puzzelstukjes op hun plek. In mijn hele training focus ik alleen op het lichaam van mijn paard. Wat zijn de zwakke en sterke punten? Ik probeer zijn sterke punten te gebruiken om de zwakkere punten te verbeteren. Zo kom je steeds een stapje verder” legt Malene haar manier van werken uit. Het gaat dus niet zozeer om het rijden van de oefeningen die in een proef gevraagd worden.

Advertisement

Voorbeeld: scheefheid aanpakken
Malene : “Elk paard is van nature scheef. Mijn paard zet zijn linkerachterbeen bijvoorbeeld graag wat buiten de massa. Dat stukje scheefheid komt dus steeds terug in de training. Er staat tegenover dat hij wel heel gemakkelijk wat lengtebuiging pakt. Op een gegeven moment ben ik daarom schouderbinnenwaarts op de linkerhand gaan gebruiken om dat zwakkere linkerachterbeen sterker te maken. Op de rechterhand reed ik juist wat meer travers. Op die manier moest hij ook steeds weer wat meer kracht gaan gebruiken in dat achterbeen. Zo maak ik gebruik van de kwaliteit die hij al heeft – lengtebuiging – om een zwakker onderdeel – zijn linkerachterbeen – beter te trainen.”

“Wanneer ik nu mijn paard echt recht kan maken, dan merk ik dat het verschil tussen linksachter en rechtsachter al veel kleiner geworden is. Doordat mijn paard rechter is geworden kan ik ook meer gaan sluiten in de gangen. Het wordt dan ook eenvoudiger om weer uit naar voren te verruimen en mijn paard daarin recht te houden.” De instructrice waarschuwt: “Als je te vaak en te veel verruimingen rijdt met een heel scheef paard, dan zal je dat altijd weer terug zien in de takt, ritme en regelmaat. Dat wil je niet!”

Niet eindeloos herhalen
Malene benadrukt dat eindeloos herhalen van een oefening niet helpt. Ook niet als je op wedstrijd wilt en één onderdeel nog niet zo goed gaat. “Vanaf het moment dat er ingeschreven is, lijkt het wel alsof de druk ook wat hoger wordt. Je wilt dat alle oefeningen vlekkeloos gaan en als het dan in de training even niet lukt ga je die oefening herhalen. En nog eens…en nog eens….. Vroeger deed ik dat ook, dag na dag kon ik de proeven rijden en soms heel vaak achter elkaar. Meestal moest ik dan toch stoppen omdat er geen land meer met mijn paard te bezeilen was. Nu weet ik dat ik mijn paard toen echt de verzuring in reed. Dan gaat het alleen maar slechter.”

Basis en bewustzijn
“De basis is dus eigenlijk het belangrijkste van het trainen” herhaalt Malene een veelgehoorde stelling. Ze voegt er aan toe: “Daarnaast is het belangrijk om je bewust te zijn van de mogelijkheden en beperkingen van je paard, maar ook van jezelf. Zelfreflectie op je eigen kennen en kunnen én dat van je paard.” Door goed te kijken naar de zwakke en sterke punten kan je trainen op een manier waar jullie als combinatie echt iets aan hebben, stelt ze. “Om je bewustzijn te vergroten is het een goed idee om je af en toe te laten filmen tijdens een training. Rijd daarbij eens een paar keer zo recht mogelijk op de camera af en beoordeel dan achteraf eens met de beelden erbij wat jullie echt makkelijk beheersen en waar nog werk in zit.”

Voorbeeld: Draf verbeteren
Malene tipt: “AIs je draf bijvoorbeeld nog erg ‘krabbelig’ aandoet, met weinig zweefmoment, ga dan eens spelen met het tempo en ritme. Je kunt proberen steeds wat langzamer te gaan rijden tot je paard eigenlijk wat gaat vertragen. Vanuit daar ga je dan weer heel rustig naar een grotere pas toe rijden. Je blijft zelf wel in dat kalme ritme lichtrijden. Zodra je merkt dat je lichtrijden moet versnellen, dan neem je je paard weer terug. Zo combineer je een wacht-oefening met het verbeteren van de draf.”

Het is belangrijk om het je paard gemakkelijk te maken en de training zó in te richten dat hij het werk aan kan. Ook voor de motivatie. “Kan je paard erg goed galopperen maar is de draf nog wat instabiel? Ga dan al vroeg in je training aan de slag met de galop. Werk je paard daarin los en pak dan met een opgewarmd en los paard je drafoefeningen mee” legt Malene uit.

Werk aan je ruitergevoel
Nootenboom benadrukt het belang van bewust bezig zijn met je training: “Je hoeft echt niet altijd gigantische doelen te stellen. Zoek altijd naar je eigen focus en doelen, of dat nou wedstrijden zijn of iets anders. Trainen heeft als doel om je paard sterker en soepeler te maken, het uithoudingsvermogen te verbeteren en op die manier weer een stapje verder te komen. Werk aan je eigen ruitergevoel en kijk goed naar je paard. Zodat je weet waar je mee bezig bent en wat je kunt doen om het rijden én je paard te verbeteren.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Sensibel paard? Been eraan! – Dressuurmagazine

Sensibel paard? Been eraan!
15 november 2019, 07:00 – Edited on 14 november 2019, 09:37 – Mirjam Hommes
Foto: Arnd Bronkhorst
Als je een heet, sensibel of snel gespannen paard hebt, dan kan dat best lastig zijn. Zeker op vreemd terrein. Veel amazones en ruiters zijn dan geneigd om het paard maar een beetje ‘met rust te laten’. Ook al omdat ze merken dat de spanning vaak toeneemt als ze meer aan hun paard rijden. Dan kan het paard juist kijkerig worden of de rug wegdrukken. Wat doe je aan deze vicieuze cirkel? We vragen het aan Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden.

“Eigenlijk ontstaan er twee problemen: teveel spanning en een slechte verbinding. Doordat je paard te veel spanning heeft is het moeilijk om verbinding te krijgen. Maar doordat je een slechte verbinding hebt, ontstaat er ook spanning bij je paard. Volgens mij moet je met dat laatste beginnen.”

Carl Hester en Andrew McLean
“Het kan heel lastig kan zijn om met een sensibel paard de rust en ontspanning te vinden. Het paard moet leren om je te vertrouwen, zodat je met kleine hulpen kunt werken. Een mooi voorbeeld vond ik de clinic die Carl Hester ooit gaf op de hengstenkeuring in Den Bosch. Hij liet daar zien dat je een sensibel en heet paard juist mét been moet rijden. Zijn stelling is dat je een paard dat onder je uitloopt met been moet rijden en een paard dat niet voorruit te branden, juist met zo min mogelijk been. Een sensibel paard moet je desensibiliseren en een traag paard moet je scherp maken.”

Ook Andrew McLean beaamt dit. McLean is een bekende Australische trainer en wetenschapper, die gespecialiseerd is in paardengedrag. Zijn conclusies: Wanneer je bij een traag paard been blijft geven, zal het paard op de drukkende beenhulp afstompen. Hetzelfde geldt voor teugeldruk, wanneer die constant te hoog is, zal je paard weinig tot geen reactie meer geven op vragende of sturende teugelhulpen. Malene: “Andersom geldt dit ook. Wanneer je doodstil met je paard meegaat in de beweging zal een sensibel paard een schrikreactie geven wanneer je plotseling een wat grotere hulp geeft. Wanneer je dit bij een wat trager paard doet zal die wellicht door de hulp geattendeerd worden, maar een sensibel paard zal zich wezenloos schrikken.” Dat klinkt logisch, maar hoe hoe ga je nu aan de slag met een sensibel en snel gespannen paard?

Ruiterwissel geeft inzicht
Malene vertelt: “Een van mijn eigen paarden was ook zo’n sensibel type. Wanneer ik mijn been aanlegde kreeg ik vaak een veel te vlugge reactie en spoten we met mach 3 door de baan! Als ik vanuit de stap moest aangalopperen, dan volgde er een serie bokken om de spanning kwijt te raken. Heel vlug, sensibel en verraderlijk. Ik heb er ook wel eens naast gelegen zonder dat ik wist hoe dat gebeurd was. Mijn fout was dat ik mijn been ging afsteken en geen verbinding maakte met de mond. Daardoor ging ik automatisch gespannen zitten, kon niet fijn meer meekomen in de beweging en had ik steeds het nakijken. Man, wat gingen we soms hard!”

Door tijdgebrek van Malene werd dit paard een tijdje gereden door iemand anders. “Zij had een stuk minder ervaring, wilde niet alles perfect hebben, wilde leren en was erg onbevangen. Dat was voor mij perfect. Ik kon allerlei nieuwe ideeën en oefeningen op deze combinatie uitproberen en mijn paard werd toch doorgereden. Twee rijtechnische puntjes die deze amazone beter moest leren beheersen waren de wijze van rijden met been en de teugelwerking. Ze had plakbenen en had wat moeite om los te laten. En… de wetenschappelijke theorie van McLean bleek ook bij dit paard te kloppen. Het paard desensibiliseerde op de beendruk en teugeldruk. Hij accepteerde het been meer en meer en je kon een ophouding maken zonder dat hij een directe schrikreactie gaf. Uiteindelijk heb ik hem nog een tijd zelf gereden, hij reageerde duidelijk minder heftig op mijn hulpen dan voorheen.

Bewust trainen
Wanneer je dit zelf moet doen, kan dat best lastig zijn. Je moet volop de controle hebben over je eigen handelen en heel bewust gaan trainen. Je moet als het ware meer aan je paard gaan zitten. Dat moet je wel goed opgevatten! Want ik wil hiermee niet zeggen dat je je paard met hand en been volop druk moet geven.

Veel overgangen, tempowisselingen en figuren zijn de belangrijkste hulpmiddelen om een sensibel paard meer te kunnen gaan rijden. Ook kun je met sensibele en hete paarden proberen om in een heel rustig tempo te beginnen en het paard als het ware onder zijn tempo los te ‘joggen’” vertelt Malene.

Oefening in stap
“Om dit te oefenen kun je beginnen met je paard in stap wachtoefeningen te laten doen. Zeker bij een paard dat snel afgeleid is of schrikkerig, kan dat goed werken. Doorbreek de schrikreactie op precies de plaatsen waar het paard schrikt, door juist daar een oefening of overgang te rijden.

Laat het paard wachten in de stap, naar bijna halthouden. Stap vervolgens weer naar voren weg. Ook dit is een samenspel tussen alle verschillende hulpen. Het draaien van een volte 10 meter wanneer je paard de aandacht bij je verliest en dit rustig blijven herhalen tot je de aandacht weer hebt, kan ook fijn bijdragen aan meer focus.

Variatie
Zorg bovendien voor veel variatie in je training en wissel haast extreem steeds van hand. Rijd bijvoorbeeld een linksomkeert, direct gevolgd door een rechtsomkeert, weer gevolgd door een volte 10 meter en gelijk daarna door een S van hand veranderen. En dat aan de andere kant weer opnieuw” legt Malene uit.

Rijd deze oefeningen in een rustig tempo en haal je hulp weg als je paard de reactie geeft die je wilt. Blijf je hulp juist (meeverend) aanhouden wanneer de reactie uitblijft. Haal je paard uit zijn schrikreactie of spanning door totaal iets anders te gaan doen dan hij verwacht. Wanneer je dit thuis fijn voor elkaar hebt kun je dit ook gaan toepassen in je rijden op vreemd terrein (ga oefenen) en vervolgens in je losrijden voor een wedstrijd. Zo houd je verbinding en been en blijft de spanning thuis en in de ring beter onder controle.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Hoe krijg ik mijn paard uit de krul – Dressuurmagazine

Hoe krijg ik mijn paard uit de krul?
Geschreven door: Mirjam Hommes voor Dressuurmagazine
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Dressuurruiters streven allemaal naar een fijne aanleuning en een zekere mate van buiging in de hals. Maar wat doe je als je paard – bijvoorbeeld uit stress – zelf veel te ver in de krul schiet? Hoe rijd je hem daar weer uit en hoe voorkom je dat de stress en het opkrullen de overhand nemen?

Malene Nooteboom, dressuuramazone en instructrice, legt uit wat er gebeurt als je paard uit zichzelf in de krul ‘schiet’ én wat je er aan moet doen.

Hyperflexie
Een overmatige krul of ‘te diep gaan’ wordt ook wel hyperflexie genoemd. Het kan ontstaan als de ruiter het paard in een gebogen halshouding dwingt met de hand. Er is vaak veel te doen over deze manier van rijden. Maar soms neemt een paard zo’n krulhouding uit zichzelf aan, het dier gaat dan ‘achter de teugel’ lopen en is meestal niet meer bereikbaar voor hulpen.

Malene: “Wanneer een paard een dergelijke houding zelf opzoekt om zich te onttrekken aan bepaalde hulpen of door spanning, is er maar één oplossing. Dat is met je been naar de hand toe rijden. Een paard moet actief van achteren naar voren bewegen om het bit te kunnen aannemen en om de hand van de ruiter te kunnen volgen.

Aanspanning
Een paard dat niet actief is, kan niet naar de hand toe lopen. Dan is er geen sprake van verbinding en kan er geen aanspanning ontstaan in het lichaam. Bij aanspanning zorgt de voorwaartse drang van de achterhand ervoor, dat de energie door het paardenlichaam stroomt en via het nek- en kaakgewricht weer terugvloeit naar de hand van de ruiter.

De voorwaartse drang vanuit het achterbeen is nodig om je paard sterker te kunnen maken en om hem verender en soepeler te laten lopen. Wanneer het paard in een nette houding loopt wil dat niet altijd zeggen dat het paard ook daadwerkelijk ‘aan het bit’ is.”

Stress

“Door hyperflexie ontstaat bij het paard meer stress. Niet alleen afgedwongen hyperflexie zorgt hiervoor, ook wanneer een paard deze houding zelf kiest is dat zo. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door spanning van de ruiter of doordat het paard in een vreemde omgeving is. Door het oprollen van de hals wordt het stresshormoon cortisol aangemaakt, zo is gebleken. Het is dus belangrijk om te voorkomen dat je paard dit doet. In een training, maar zeker ook op wedstrijd.”

Oefeningen naar de hand
“Als eerste is het dus van essentieel belang om van achteren naar voren te blijven rijden. Je móet reactie op je been krijgen, waardoor het paard naar de hand blijft lopen. Wanneer je paard vervolgens zwaar op de hand wordt, kun je overgangen gaan rijden. Let erop dat je daarbij toestaat in de hand en steek je hand af en toe naar voren om te controleren of je paard de hand al wil volgen.

Als je paard dan toch achter de teugel blijft kruipen, is het zaak om weer echt goed naar voren te rijden. Net zo lang en voorwaarts tot je paard de verbinding met de hand aanneemt. Wees dan zacht en verend in de hand zodat je paard ervaart dat naar het bit komen geen nare ervaring is. Als je paard door het voorwaarts rijden tegen de hand komt, rijd dan ook goed naar voren waarbij je vanuit een zachte en verende hand weerstand biedt. Ga veel voltes en slangenvoltes rijden zodat het paard de schouders, boeg en onderhals moet ontspannen. Door het buigen zal je paard makkelijker de hals laten vallen.”

Train je proef en blijf in je proef trainen
“Train je paard thuis zoals je ook op wedstrijd wilt kunnen rijden. Natuurlijk niet elke dag, maar zoek de momenten op waarbij je paard zich op gaat rollen. Zorg dat je handigheid in de oefeningen krijgt, zodat je de fout snel kan herstellen.

Oefen thuis ook je proeven, waarbij je continue blijft spelen met kleine tempowisselingen. Het moet haast onzichtbaar schakelen worden. Voor de hoek iets terug en in de hoek weer iets aanvullen, aan het begin van de oefening iets terug en na de inzet weer iets toerijden.

Als dit thuis onder controle is, kun je het ook tijdens de proeven uitvoeren. Je bent door het continue, onzichtbare schakelen steeds bezig om je paard naar de hand te rijden. Hierdoor voorkom je het loskomen van de hand, de hyperflexie en de stress die daardoor ontstaat.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijden.