Slim trainen met Malene Nootenboom – Dressuurmagazine

28 augustus 2020, 07:00 – Edited on 27 augustus 2020, 11:44 – Mirjam Hommes

Elk paard heeft zwakke punten en bij iedere combinatie lukken sommige oefeningen beter dan andere. Als je dan eindeloos blijft sleutelen aan wat níet goed gaat, kan dat heel demotiverend zijn, ook voor je paard. Bovendien loop je het risico op verzuring en overbelasting. Hoe kan je op een slimme manier werken aan de zwakke punten? We vragen het aan Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden.

“Nu ik met mijn zevenjarige weer van groen naar hopelijk het hoogste niveau aan het trainen ben, vallen steeds meer puzzelstukjes op hun plek. In mijn hele training focus ik alleen op het lichaam van mijn paard. Wat zijn de zwakke en sterke punten? Ik probeer zijn sterke punten te gebruiken om de zwakkere punten te verbeteren. Zo kom je steeds een stapje verder” legt Malene haar manier van werken uit. Het gaat dus niet zozeer om het rijden van de oefeningen die in een proef gevraagd worden.

Advertisement

Voorbeeld: scheefheid aanpakken
Malene : “Elk paard is van nature scheef. Mijn paard zet zijn linkerachterbeen bijvoorbeeld graag wat buiten de massa. Dat stukje scheefheid komt dus steeds terug in de training. Er staat tegenover dat hij wel heel gemakkelijk wat lengtebuiging pakt. Op een gegeven moment ben ik daarom schouderbinnenwaarts op de linkerhand gaan gebruiken om dat zwakkere linkerachterbeen sterker te maken. Op de rechterhand reed ik juist wat meer travers. Op die manier moest hij ook steeds weer wat meer kracht gaan gebruiken in dat achterbeen. Zo maak ik gebruik van de kwaliteit die hij al heeft – lengtebuiging – om een zwakker onderdeel – zijn linkerachterbeen – beter te trainen.”

“Wanneer ik nu mijn paard echt recht kan maken, dan merk ik dat het verschil tussen linksachter en rechtsachter al veel kleiner geworden is. Doordat mijn paard rechter is geworden kan ik ook meer gaan sluiten in de gangen. Het wordt dan ook eenvoudiger om weer uit naar voren te verruimen en mijn paard daarin recht te houden.” De instructrice waarschuwt: “Als je te vaak en te veel verruimingen rijdt met een heel scheef paard, dan zal je dat altijd weer terug zien in de takt, ritme en regelmaat. Dat wil je niet!”

Niet eindeloos herhalen
Malene benadrukt dat eindeloos herhalen van een oefening niet helpt. Ook niet als je op wedstrijd wilt en één onderdeel nog niet zo goed gaat. “Vanaf het moment dat er ingeschreven is, lijkt het wel alsof de druk ook wat hoger wordt. Je wilt dat alle oefeningen vlekkeloos gaan en als het dan in de training even niet lukt ga je die oefening herhalen. En nog eens…en nog eens….. Vroeger deed ik dat ook, dag na dag kon ik de proeven rijden en soms heel vaak achter elkaar. Meestal moest ik dan toch stoppen omdat er geen land meer met mijn paard te bezeilen was. Nu weet ik dat ik mijn paard toen echt de verzuring in reed. Dan gaat het alleen maar slechter.”

Basis en bewustzijn
“De basis is dus eigenlijk het belangrijkste van het trainen” herhaalt Malene een veelgehoorde stelling. Ze voegt er aan toe: “Daarnaast is het belangrijk om je bewust te zijn van de mogelijkheden en beperkingen van je paard, maar ook van jezelf. Zelfreflectie op je eigen kennen en kunnen én dat van je paard.” Door goed te kijken naar de zwakke en sterke punten kan je trainen op een manier waar jullie als combinatie echt iets aan hebben, stelt ze. “Om je bewustzijn te vergroten is het een goed idee om je af en toe te laten filmen tijdens een training. Rijd daarbij eens een paar keer zo recht mogelijk op de camera af en beoordeel dan achteraf eens met de beelden erbij wat jullie echt makkelijk beheersen en waar nog werk in zit.”

Voorbeeld: Draf verbeteren
Malene tipt: “AIs je draf bijvoorbeeld nog erg ‘krabbelig’ aandoet, met weinig zweefmoment, ga dan eens spelen met het tempo en ritme. Je kunt proberen steeds wat langzamer te gaan rijden tot je paard eigenlijk wat gaat vertragen. Vanuit daar ga je dan weer heel rustig naar een grotere pas toe rijden. Je blijft zelf wel in dat kalme ritme lichtrijden. Zodra je merkt dat je lichtrijden moet versnellen, dan neem je je paard weer terug. Zo combineer je een wacht-oefening met het verbeteren van de draf.”

Het is belangrijk om het je paard gemakkelijk te maken en de training zó in te richten dat hij het werk aan kan. Ook voor de motivatie. “Kan je paard erg goed galopperen maar is de draf nog wat instabiel? Ga dan al vroeg in je training aan de slag met de galop. Werk je paard daarin los en pak dan met een opgewarmd en los paard je drafoefeningen mee” legt Malene uit.

Werk aan je ruitergevoel
Nootenboom benadrukt het belang van bewust bezig zijn met je training: “Je hoeft echt niet altijd gigantische doelen te stellen. Zoek altijd naar je eigen focus en doelen, of dat nou wedstrijden zijn of iets anders. Trainen heeft als doel om je paard sterker en soepeler te maken, het uithoudingsvermogen te verbeteren en op die manier weer een stapje verder te komen. Werk aan je eigen ruitergevoel en kijk goed naar je paard. Zodat je weet waar je mee bezig bent en wat je kunt doen om het rijden én je paard te verbeteren.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Sensibel paard? Been eraan! – Dressuurmagazine

Sensibel paard? Been eraan!
15 november 2019, 07:00 – Edited on 14 november 2019, 09:37 – Mirjam Hommes
Foto: Arnd Bronkhorst
Als je een heet, sensibel of snel gespannen paard hebt, dan kan dat best lastig zijn. Zeker op vreemd terrein. Veel amazones en ruiters zijn dan geneigd om het paard maar een beetje ‘met rust te laten’. Ook al omdat ze merken dat de spanning vaak toeneemt als ze meer aan hun paard rijden. Dan kan het paard juist kijkerig worden of de rug wegdrukken. Wat doe je aan deze vicieuze cirkel? We vragen het aan Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden.

“Eigenlijk ontstaan er twee problemen: teveel spanning en een slechte verbinding. Doordat je paard te veel spanning heeft is het moeilijk om verbinding te krijgen. Maar doordat je een slechte verbinding hebt, ontstaat er ook spanning bij je paard. Volgens mij moet je met dat laatste beginnen.”

Carl Hester en Andrew McLean
“Het kan heel lastig kan zijn om met een sensibel paard de rust en ontspanning te vinden. Het paard moet leren om je te vertrouwen, zodat je met kleine hulpen kunt werken. Een mooi voorbeeld vond ik de clinic die Carl Hester ooit gaf op de hengstenkeuring in Den Bosch. Hij liet daar zien dat je een sensibel en heet paard juist mét been moet rijden. Zijn stelling is dat je een paard dat onder je uitloopt met been moet rijden en een paard dat niet voorruit te branden, juist met zo min mogelijk been. Een sensibel paard moet je desensibiliseren en een traag paard moet je scherp maken.”

Ook Andrew McLean beaamt dit. McLean is een bekende Australische trainer en wetenschapper, die gespecialiseerd is in paardengedrag. Zijn conclusies: Wanneer je bij een traag paard been blijft geven, zal het paard op de drukkende beenhulp afstompen. Hetzelfde geldt voor teugeldruk, wanneer die constant te hoog is, zal je paard weinig tot geen reactie meer geven op vragende of sturende teugelhulpen. Malene: “Andersom geldt dit ook. Wanneer je doodstil met je paard meegaat in de beweging zal een sensibel paard een schrikreactie geven wanneer je plotseling een wat grotere hulp geeft. Wanneer je dit bij een wat trager paard doet zal die wellicht door de hulp geattendeerd worden, maar een sensibel paard zal zich wezenloos schrikken.” Dat klinkt logisch, maar hoe hoe ga je nu aan de slag met een sensibel en snel gespannen paard?

Ruiterwissel geeft inzicht
Malene vertelt: “Een van mijn eigen paarden was ook zo’n sensibel type. Wanneer ik mijn been aanlegde kreeg ik vaak een veel te vlugge reactie en spoten we met mach 3 door de baan! Als ik vanuit de stap moest aangalopperen, dan volgde er een serie bokken om de spanning kwijt te raken. Heel vlug, sensibel en verraderlijk. Ik heb er ook wel eens naast gelegen zonder dat ik wist hoe dat gebeurd was. Mijn fout was dat ik mijn been ging afsteken en geen verbinding maakte met de mond. Daardoor ging ik automatisch gespannen zitten, kon niet fijn meer meekomen in de beweging en had ik steeds het nakijken. Man, wat gingen we soms hard!”

Door tijdgebrek van Malene werd dit paard een tijdje gereden door iemand anders. “Zij had een stuk minder ervaring, wilde niet alles perfect hebben, wilde leren en was erg onbevangen. Dat was voor mij perfect. Ik kon allerlei nieuwe ideeën en oefeningen op deze combinatie uitproberen en mijn paard werd toch doorgereden. Twee rijtechnische puntjes die deze amazone beter moest leren beheersen waren de wijze van rijden met been en de teugelwerking. Ze had plakbenen en had wat moeite om los te laten. En… de wetenschappelijke theorie van McLean bleek ook bij dit paard te kloppen. Het paard desensibiliseerde op de beendruk en teugeldruk. Hij accepteerde het been meer en meer en je kon een ophouding maken zonder dat hij een directe schrikreactie gaf. Uiteindelijk heb ik hem nog een tijd zelf gereden, hij reageerde duidelijk minder heftig op mijn hulpen dan voorheen.

Bewust trainen
Wanneer je dit zelf moet doen, kan dat best lastig zijn. Je moet volop de controle hebben over je eigen handelen en heel bewust gaan trainen. Je moet als het ware meer aan je paard gaan zitten. Dat moet je wel goed opgevatten! Want ik wil hiermee niet zeggen dat je je paard met hand en been volop druk moet geven.

Veel overgangen, tempowisselingen en figuren zijn de belangrijkste hulpmiddelen om een sensibel paard meer te kunnen gaan rijden. Ook kun je met sensibele en hete paarden proberen om in een heel rustig tempo te beginnen en het paard als het ware onder zijn tempo los te ‘joggen’” vertelt Malene.

Oefening in stap
“Om dit te oefenen kun je beginnen met je paard in stap wachtoefeningen te laten doen. Zeker bij een paard dat snel afgeleid is of schrikkerig, kan dat goed werken. Doorbreek de schrikreactie op precies de plaatsen waar het paard schrikt, door juist daar een oefening of overgang te rijden.

Laat het paard wachten in de stap, naar bijna halthouden. Stap vervolgens weer naar voren weg. Ook dit is een samenspel tussen alle verschillende hulpen. Het draaien van een volte 10 meter wanneer je paard de aandacht bij je verliest en dit rustig blijven herhalen tot je de aandacht weer hebt, kan ook fijn bijdragen aan meer focus.

Variatie
Zorg bovendien voor veel variatie in je training en wissel haast extreem steeds van hand. Rijd bijvoorbeeld een linksomkeert, direct gevolgd door een rechtsomkeert, weer gevolgd door een volte 10 meter en gelijk daarna door een S van hand veranderen. En dat aan de andere kant weer opnieuw” legt Malene uit.

Rijd deze oefeningen in een rustig tempo en haal je hulp weg als je paard de reactie geeft die je wilt. Blijf je hulp juist (meeverend) aanhouden wanneer de reactie uitblijft. Haal je paard uit zijn schrikreactie of spanning door totaal iets anders te gaan doen dan hij verwacht. Wanneer je dit thuis fijn voor elkaar hebt kun je dit ook gaan toepassen in je rijden op vreemd terrein (ga oefenen) en vervolgens in je losrijden voor een wedstrijd. Zo houd je verbinding en been en blijft de spanning thuis en in de ring beter onder controle.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Hoe krijg ik mijn paard uit de krul – Dressuurmagazine

Hoe krijg ik mijn paard uit de krul?
Geschreven door: Mirjam Hommes voor Dressuurmagazine
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Dressuurruiters streven allemaal naar een fijne aanleuning en een zekere mate van buiging in de hals. Maar wat doe je als je paard – bijvoorbeeld uit stress – zelf veel te ver in de krul schiet? Hoe rijd je hem daar weer uit en hoe voorkom je dat de stress en het opkrullen de overhand nemen?

Malene Nooteboom, dressuuramazone en instructrice, legt uit wat er gebeurt als je paard uit zichzelf in de krul ‘schiet’ én wat je er aan moet doen.

Hyperflexie
Een overmatige krul of ‘te diep gaan’ wordt ook wel hyperflexie genoemd. Het kan ontstaan als de ruiter het paard in een gebogen halshouding dwingt met de hand. Er is vaak veel te doen over deze manier van rijden. Maar soms neemt een paard zo’n krulhouding uit zichzelf aan, het dier gaat dan ‘achter de teugel’ lopen en is meestal niet meer bereikbaar voor hulpen.

Malene: “Wanneer een paard een dergelijke houding zelf opzoekt om zich te onttrekken aan bepaalde hulpen of door spanning, is er maar één oplossing. Dat is met je been naar de hand toe rijden. Een paard moet actief van achteren naar voren bewegen om het bit te kunnen aannemen en om de hand van de ruiter te kunnen volgen.

Aanspanning
Een paard dat niet actief is, kan niet naar de hand toe lopen. Dan is er geen sprake van verbinding en kan er geen aanspanning ontstaan in het lichaam. Bij aanspanning zorgt de voorwaartse drang van de achterhand ervoor, dat de energie door het paardenlichaam stroomt en via het nek- en kaakgewricht weer terugvloeit naar de hand van de ruiter.

De voorwaartse drang vanuit het achterbeen is nodig om je paard sterker te kunnen maken en om hem verender en soepeler te laten lopen. Wanneer het paard in een nette houding loopt wil dat niet altijd zeggen dat het paard ook daadwerkelijk ‘aan het bit’ is.”

Stress

“Door hyperflexie ontstaat bij het paard meer stress. Niet alleen afgedwongen hyperflexie zorgt hiervoor, ook wanneer een paard deze houding zelf kiest is dat zo. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door spanning van de ruiter of doordat het paard in een vreemde omgeving is. Door het oprollen van de hals wordt het stresshormoon cortisol aangemaakt, zo is gebleken. Het is dus belangrijk om te voorkomen dat je paard dit doet. In een training, maar zeker ook op wedstrijd.”

Oefeningen naar de hand
“Als eerste is het dus van essentieel belang om van achteren naar voren te blijven rijden. Je móet reactie op je been krijgen, waardoor het paard naar de hand blijft lopen. Wanneer je paard vervolgens zwaar op de hand wordt, kun je overgangen gaan rijden. Let erop dat je daarbij toestaat in de hand en steek je hand af en toe naar voren om te controleren of je paard de hand al wil volgen.

Als je paard dan toch achter de teugel blijft kruipen, is het zaak om weer echt goed naar voren te rijden. Net zo lang en voorwaarts tot je paard de verbinding met de hand aanneemt. Wees dan zacht en verend in de hand zodat je paard ervaart dat naar het bit komen geen nare ervaring is. Als je paard door het voorwaarts rijden tegen de hand komt, rijd dan ook goed naar voren waarbij je vanuit een zachte en verende hand weerstand biedt. Ga veel voltes en slangenvoltes rijden zodat het paard de schouders, boeg en onderhals moet ontspannen. Door het buigen zal je paard makkelijker de hals laten vallen.”

Train je proef en blijf in je proef trainen
“Train je paard thuis zoals je ook op wedstrijd wilt kunnen rijden. Natuurlijk niet elke dag, maar zoek de momenten op waarbij je paard zich op gaat rollen. Zorg dat je handigheid in de oefeningen krijgt, zodat je de fout snel kan herstellen.

Oefen thuis ook je proeven, waarbij je continue blijft spelen met kleine tempowisselingen. Het moet haast onzichtbaar schakelen worden. Voor de hoek iets terug en in de hoek weer iets aanvullen, aan het begin van de oefening iets terug en na de inzet weer iets toerijden.

Als dit thuis onder controle is, kun je het ook tijdens de proeven uitvoeren. Je bent door het continue, onzichtbare schakelen steeds bezig om je paard naar de hand te rijden. Hierdoor voorkom je het loskomen van de hand, de hyperflexie en de stress die daardoor ontstaat.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijden.

Daag je paard uit tijdens de training – Bitmagazine

Malene NootenboomTip Malene Nootenboom: Daag je paard uit tijdens de training

Elke week krijg je een tip van een deskundige. Deze week is de tip afkomstig van dressuuramazone- en instructrice Malene Nootenboom.

“De afgelopen jaren word ik met regelmaat gevraagd om clinics te geven door het hele land. Vaak krijg ik dan vooraf een formulier waarop de deelnemers hun motivatie vermeld hebben. Dat geeft mij alvast een kijk op wat ik tijdens de clinic kan verwachten bij de combinaties en daarnaast kan ik mijn trainingen alvast voorbereiden door de focus op de vermelde ‘problemen’ te leggen.

Nu ben ik van Bewust Wedstrijd Rijden en is de rode draad tijdens de clinics dan vooral spanning en stress. Volgens de meeste formulieren die ik ontvang ligt die spanning echter aan het paard, maar in de praktijk blijkt vaak het tegenovergestelde. Het is niet het paard wat voor spanning zorgt bij de ruiter of amazone, maar het is de ruiter of amazone die het paard voorziet van spanning.

 

Vaak heeft het paard al geleerd dat die spanning er is en weet het op die manier onder het werk uit te komen. Eigenlijk is dat aangeleerd gedrag van het paard. Dat gaat zo: ruiter is fijn aan het rijden – in de hoek komt er iemand binnen – paard kijkt en richt zich op – ruiter gaat klemmen en trekken – paard wordt bevestigd in ‘angst’ – ruiter stopt met rijden.

Juist door dat stoppen met rijden maar het blijven reageren op de ontstane én veroorzaakte spanning leert het paard dat het werk hierdoor een stuk minder wordt. Daarnaast wordt er met regelmaat ook echt gestopt met rijden wat door het paard ervaren wordt als een beloning. Nog beter voor het paard! Uiteindelijk minder leuk voor de ruiter.

POPULAIR

Paard te jong inrijden heeft grote consequenties
5 gewoontes die iedere ruiter zichzelf zou moeten aanleren
Persoonlijk vind ik dit één van de leukste dingen om met de combinaties aan te werken. Je maakt zowel het paard als de ruiter of amazone hiermee een stuk gelukkiger. Eerst leg ik het principe uit van het ontstane aangeleerde gedrag om vervolgens dit te gaan doorbreken. Hierbij werk ik dan vooral met het leuk maken en belonen van het goede gedrag en het minder prettig maken van het ongewenste maar per ongeluk aangeleerde gedrag. Niet door het paard letterlijk door midden te hakken, maar door het paard op die momenten juist harder te laten werken, iets moeilijks in te zetten of een voorwaartse overgang of tempowisseling te maken.
Vervolgens komt het erop neer dat je als ruiter hier heel consequent in moet zijn. Een paard leert er niets van wanneer het de ene keer wel zijn gedrag mag vertonen en de andere keer niet

Dan de tip om dit gedrag al voor te kunnen zijn: daag je paard uit tijdens de training en zorg dat ze plezier hebben of krijgen in het werk dat ze doen. Heel veel combinaties zie ik rondje na rondje na rondje rijden over de hoefslag. Net zo lang druk geven (hand of been of beide) tot het paard nageeft of afknikt en dan gaan ze daar nog mee door. Juist door veel figuren, voltes en slangevoltes te rijden maak je je paard of pony veel soepeler en is het ook leuker voor het paard. Ga tijdens die voltes eens schakelen. Steek met de slangevolte eens over in middendraf en rij de bogen eens wat extra terug. Gaat je paard hierin al meedenken dan wissel je het om. De bogen wat meer naar voren en de rechte lijn met oversteken juist weer wat opvangen.

Rijd een volte 10 meter, gevolgd door een S van hand veranderen en een linksomkeert waarbij je ook de rechte lijnen in S en de linksomkeert een paar passen verruimt. Moet je eens opletten hoe attent je paard hiervan wordt. De aandacht is bij jou en het samenwerken wordt veel leuker. Daarnaast is er geen tijd meer voor afleiding en schrikreacties want jullie zijn beiden actief bezig.
Wanneer je dit thuis in de training steeds beter voor elkaar krijgt zal je merken dat je ook tijdens het losrijden veel fijner de controle blijft houden. Ook in de proef heb je hier profijt van doordat je heel klein leert hulpen geven en klein kunt schakelen. Op het moment dat je voelt dat er een klein beetje spanning ontstaat kun je door veel kleinere hulpen te geven tijdig ingrijpen. De aandacht van het paard zal veel makkelijker weer bij jou zijn.

De ruiter zal merken dat het zelfvertrouwen groeit omdat er thuis al minder spanning is tijdens het rijden en dat er veel meer controle is. Het beetje gezonde spanning wat er overblijft op concours kun je gaan inzetten om je beter te concentreren. Blijf rijden vanuit de actie, wat voel ik, wat wil ik voelen en hoe handel ik vervolgens. Door de snelheid waarmee je thuis de hulpen kunt geven kun je je beter concentreren en kun in de actie blijven rijden in plaats van je af te laten leiden door bloemstukken, juryhokjes of mederuiters met prachtige paarden.

Succes!”

“Ik geef de pen door aan Sandra van den Heuvel van Paardenmensen.”

Gepubliceerd door Bit Magazine. 30 april 2016 – #instructie 

Losrijden, makkelijker gezegd dan gedaan – Bitmagazine

Losrijden: Makkelijker gezegd dan gedaan

Op de dag van je wedstrijd ben je er helemaal klaar voor. Je kent je dressuurproeven. Je hebt je doelen gesteld. Je paard is ingevlochten en ook jij hebt je in je wedstrijdoutfit gehesen. Maar dan kom je bij de losrijbaan en zakt de moed je in de schoenen. Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden schiet je te hulp.

Malene Nootenboom legt uit dat je tijdens het losrijden vaak al op een andere manier met je paard aan de slag bent dan je thuis zou doen. Hierdoor zal je paard ook anders op jou gaan reageren en kun je je paard niet optimaal voorbereiden voor je proef.

Gewoontedier
Je paard is een gewoontedier. Je paard wil dus graag weten waar hij aan toe is. Wanneer je je training steeds op dezelfde wijze opbouwt, weet je paard wat er van hem verlangt wordt. Denk maar eens aan je manier van losrijden. De kans dat je steeds op een vergelijkbare wijze losrijdt is erg groot. Als je op wedstrijd komt verandert er voor je paard niet meer dan de omgeving waar je bent. Hij zal dus ook verwachten dat jij op dezelfde manier je hulpen gaat geven. Maar jij hebt besloten het nu toch net even anders aan te pakken, want misschien word je paard dan wel nog fijner. Maar voor je paard zorgt dit alleen maar voor verwarring.

Laten zien hoe goed je bent
Al die mensen die aan het kijken zijn moeten toch weten hoe goed jij en je paard zijn? Malene: “Vaak gaan ruiters tijdens het losrijden als een gek aan de slag met de oefeningen die ze tijdens de proef moeten laten zien. Ze doen er graag nog een schepje bovenop door oefeningen te rijden die nog ver boven hun niveau zijn. Die oefeningen kosten jou en je paard energie (en frustratie als het niet lukt). Wanneer je de ring ingaat is de kracht bij jou en je paard verdwenen en kun je niet meer pieken.”

Niet losrijden
Je bent continu aan het uitwijken voor anderen die ook aan het rijden zijn en je wilt niemand tot last zijn. Je komt er niet eens aan toe om je paard echt los te rijden, want voordat je je paard hebt waar je wilt moet je alweer uitwijken voor een ander.

Maak een kort plan
Volgens Malene zijn deze problemen tijdens het losrijden goed op te lossen: “Een tip om fijn los te rijden is om een kort plan te maken. Bedenk hoeveel tijd je thuis nodig hebt en doe precies hetzelfde op wedstrijd. Zitten er oefeningen in je proef die je graag van tevoren doorrijdt? Neem die dan nog door als reminder. Het belangrijkste is dat je paard scherp aan de hulpen is. Vlak voordat je de ring in gaat kun je nog even aan de slag met tempocontrole. Maak wat vlugge overgangen. Je zult merken dat je paard dan op jou gaat letten en kunt daardoor steeds makkelijker door de proeven rijden.


Oefen de proef thuis

Malene sluit af: “Oefen de proef, maar ook het losrijden, thuis. Ik hoor vaak dat mensen die proef niet rijden omdat het paard dan de weg al weet. Ik sta daar anders in. Juist dat is namelijk dressuur rijden. De controle over je paard houden, je paard laten wachten en je paard gymnastiseren om het steeds sterker en wendbaarder te maken. Als je paard de weg weet, kan dat in je voordeel werken. Leer je paard dan te wachten en je zult merken dat je meer en meer kunt gaan rijden in de proef.”

Bron: Bitmagazine.nl 3 februari 2019 – #instructie

Een nageeflijk paard zonder trekken – Bitmagazine

Je ziet het bij alle goede ruiters: een paard met een mooie boog in zijn hals. Dat wil jij ook! Maar hoe krijg je je paard nageeflijk zonder te trekken? Volgens trainer, mental coach en Grand Prix-amazone Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden leiden er vele wegen naar Rome, maar ze gruwelt van ruiters die ‘een paard in de krul trekken’. Hoe leert zij ruiters hun paard nageeflijk te rijden?

Nootenboom post regelmatig filmpjes op haar Facebooksite om te laten zien hoe zij met haar leerlingen problemen oplost. Bijvoorbeeld om het paard de bovenlijn te laten ontspannen in galop. “Met deze filmpjes probeer ik mensen bewust te maken dat het allemaal makkelijker kan. Je moet maar net weten hoe. Het hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn.”

In de krul
Alleen is er een probleem, volgens Nootenboom. “Veel mensen willen dat hun paard in de krul loopt.” En met ‘in de krul’ bedoelt ze niet iets positiefs. “Ik kom vaak tegen dat mensen alleen maar naar het plaatje kijken. Ze richten zich daarnaast alleen maar op wat in de dressuurproef gevraagd wordt. Het maakt daarbij helemaal niet uit of het paard ‘vast zit’, als hij maar doet wat er gevraagd wordt.” Het gevolg is volgens Nootenboom een paard dat in de bovenlijn vasthoudt.

Van achteren naar voren
Nootenboom heeft niet voor niets voor de naam Bewust Wedstrijd Rijden gekozen. Want ze vindt het belangrijk dat ruiters weten wat ze doen en ook waarom ze iets op die manier moeten doen. “Als je schouderbinnenwaarts rijdt, moet je niet alleen weten hoe je die oefening uitvoert, maar ook waar die toe dient.” En uiteindelijk gaan alle oefeningen makkelijker als je een paard op de correcte manier nageeflijk rijdt. En dat is volgens Nootenboom: van achteren naar voren rijden.

Focus

Een voorwaarde daarbij is: ophouden met de focus te leggen op het hoofd van het paard. “Doordat ruiters hun focus leggen op ‘het hoofd moet rond zijn’ gaan ze vaak iets naar voren zitten en naar het hoofd kijken. Daarmee breng je meer gewicht op de voorhand van het paard en rijd je het van voren naar achteren in plaats van andersom.”


Los maken

Een nageeflijk paard is los in zijn lijf en loopt van achteren naar voren. Wat je volgens Nootenboom moet proberen voordat je aan zijn hoofd denkt, is zorgen je paard in zijn lijf los te maken. “Dat doe je door hem over de rug te rijden, van achteren naar voren naar de hand toe. Je rijdt je paard vanuit je been door en houdt met je hand verbinding met de mond van het paard. Je paard kan door de beendruk willen vluchten (van het achterbeen af) of hij legt zich erbij neer. Belangrijk is dat je met je hand blijft meeveren in de beweging. Dat gevoel is iets dat je als ruiter moet ontwikkelen.”

Leerproces
Als je het paard blijft vasthouden, gaat het vaak wringen met zijn hoofd, of het komt terug in tempo, zegt Nootenboom. “Vaak verstaan we die signalen niet. Daarom zeg ik: verdiep je eens in de reacties van het paard. Je moet weten dat een paard niets leert van constante druk. Hij denkt dan alleen maar: hoe kan ik hier onderuit komen? Kijk maar eens naar de rangorde in de kudde. Als een paard dat hoger in rang is een ander paard wegjaagt, stopt het daarmee als het paard dat lager in rang staat afstand houdt. Je kunt het vergelijken met druk geven (het paard wegjagen) en druk loslaten (het paard wordt met rust gelaten). Daar leert het paard van: als ik hier blijf staan, is het prettig en word ik niet weggejaagd.”

‘Je teugels te strak houden is niet goed, maar te los ook niet. Er moet dus een bepaalde aanspanning zijn. Van daaruit kun je verder werken.’

Boogschieten
Volgens Nootenboom is het hetzelfde met nageeflijk rijden. “Je zorgt dat er een bepaalde aanspanning in het lichaam ontstaat, die je met je hand opvangt en terug kan voelen. Maar je mag niet gaan trekken, want dat is constante druk waar het paard niets van leert.” Ze vergelijkt dat ‘voelen met je hand’ met boogschieten. “Als je de boog heel strak spant, kun je je pijl niet meer bewegen. Je moet dus zorgen dat je je pijl zo spant, dat je hem alle kanten op kunt richten. Houd je de boog te los, dan valt je pijl recht naar beneden als je schiet. Het is dus zoeken naar het juiste gevoel, naar de juiste aanspanning.”

Voorwaartse drang
Een belangrijke voorwaarde bij het nageeflijk rijden is volgens Nootenboom dat je paard altijd voorwaartse drang moet blijven houden. “Als je paard dat niet heeft, loopt hij niet meer van achteren naar voren.” De druk op je teugels speelt daarbij ook een rol. Je teugels te strak houden is niet goed, maar te los ook niet. Er moet dus een bepaalde aanspanning zijn. Van daaruit kun je verder werken. “Ik las pas een stuk van Bastiaan de Recht. Hij zei het heel mooi: ‘Je moet eerst van je paard een ballerina maken, voor je hem krachtiger kunt maken.’ Je moet dus eerst zorgen dat je paard los is, voor je aan krachttraining, zoals tempowisselingen gaat werken.”

Voltes
Bij Nootenboom bestaat het loswerken naast van achteren naar voren rijden vooral uit heel veel voltes rijden. “Maak je volte eens kleiner en dan weer groter, rijd achtjes en slangenvoltes. Vaak merk je dan ineens dat je paard gaat nageven.”

Bron: Bitmagazine.nl – 26 januari 2019 – #instructie – JACQUES TOFFI

Wedstrijd rijden een vak apart – Bitmagazine

Je traint keihard. Je neemt les. Je werkt aan jezelf. Je kent je proeven door en door en toch stromen die winstpunten (en prijzen) maar niet binnen. Wedstrijdrijden is een vak apart. Malene Nootenboom van Bewust Wedstrijd Rijden legt uit hoe dit toch kan en hoe je dit kunt veranderen.

Je hebt het zelf vast wel eens meegemaakt. Je rijdt je dressuurproef en je altijd vlugge paard wordt ineens traag. Of je hebt een bomproof paard dat ineens schrikt van het juryhokje. Hoe kan dat toch? Malene Nootenboom legt uit dat het paard niet zozeer anders reageert op wedstrijd dan thuis: “Het paard reageert op de prikkels die hij krijgt. De invloed die deze prikkels hebben zijn afhankelijk van het karakter van het paard, de eerdere opgedane ervaringen, maar zijn vooral afhankelijk van hoe de ruiter op het paard zit.”

Valkuilen
De grootste valkuil is dat de ruiter zich gaat verkrampen, doordat hij extra goed zijn best wil gaan doen. Als je je hard inzet om te presteren, spannen je spieren meer aan dan normaal. Je paard zal dit meteen doorhebben en voelen dat jij je hulpen anders geeft dan normaal.

De tweede valkuil is dat je als ruiter meer wilt laten zien dan anders. Je wilt op wedstrijd die ene oefening perfect laten zien, maar thuis lukt het je eigenlijk nog niet foutloos. Je paard zal je hulpen daardoor niet begrijpen.

De derde valkuil is dat je als ruiter of heel veel gaat proberen te regelen of juist stopt met rijden. De ene ruiter wil alles regelen en geeft hulp na hulp of zelfs hulpen door elkaar. De andere ruiter gaat afwachtend rijden en wacht tot het paard doet wat hij moet doen. In beide gevallen snapt je paard je hulpen niet meer. Je rijdt immers ineens heel anders dan je paard gewend is.

Stel kleine en korte doelen
Hoe zorg je er dan voor dat je op wedstrijd kunt presteren? Met een goed gevoel de ring uitkomen betekent dat je hebt laten zien wat je wilde laten zien. Daarom is het belangrijk dat je vooraf bedenkt wat je doel is tijdens het rijden van je proef. Volgens Malene stellen veel ruiters zichzelf een doel waarover ze zelf de regie niet hebben. Ze zijn bijvoorbeeld gefocust op het halen van een winstpunt, maar het jurylid bepaald of je dat winstpunt zult gaan krijgen. Ze legt uit: “Doordat je gedreven bent dat winstpunt te halen, zal je meer vragen aan je paard dan normaal. Probeer jezelf kleine en korte doelen te stellen. Zoals bijvoorbeeld het rijden van vloeiende lijnen in een actief tempo. Wanneer je jezelf daarmee bezighoudt tijdens de proef blijf je rijden en voelen. Hierbij kun je in gedachten doen alsof je een potlood de proef laat tekenen en het potlood niet van het papier af mag komen.”

Tips van Malene
Oefen thuis je proeven en houd de focus op de kleine wedstrijddoelen die je jezelf hebt gesteld.
Zorg dat je in je training thuis een stapje verder bent dan je in de proef moet laten zien. Als je weet dat je één of meerdere oefeningen nog niet beheerst, bouw je spanning op vanuit je onderbewustzijn. Wanneer je er zeker van bent dat je thuis al een aantal stappen verder bent in de training, zal het rijden van een proef op een lager niveau eenvoudiger worden.
Zorg dat je alle oefeningen en overgangen thuis voor een dikke voldoende kunt uitvoeren, zodat je eventuele foutjes (we maken ze allemaal 😉) eenvoudig kunt oplossen.
Leer jezelf te focussen op wat je vraagt van je paard en vergeet je paard niet te vertellen wat je van hem wilt. Je paard kan geen gedachtenlezen (al lijkt het soms van wel) en heeft dus jou als leider nodig. Bedenk wat je wel wil doen en geef je hulpen rustig, zodat je paard jou en je hulpen begrijpt.
Word jij gespannen van het feit dat er een jurylid naar je kijkt? Vraag dan eens bij je vereniging of je een keer mag schrijven bij een wedstrijd. Je ontdekt zo hoe het in zijn werk gaat en zult zien dat juryleden ook maar mensen zijn.

Bron: Bitmagazine.nl – 19 januari 2019 – #instructie #psyche

Ohjee een bakkabouter – Dressuurmagazine

Oh jee, een bakkabouter!

Je hoort mensen vaak zeggen we dat paarden ‘spoken’ of ‘bakkabouters’ zien. Zowel in de eigen bak als op wedstrijd. Paarden schrikken bijvoorbeeld altijd in een bepaalde hoek of van een bepaald paard. Maar heel vaak ligt de oorzaak van de schrikreacties van een paard bij de angst van de ruiter. Het goede nieuws is dat jij daar zelf iets aan kan doen.

Malene Nooteboom, dressuuramazone en instructrice, vertelt meer over de achtergrond van angst te paard en hoe we er als amazones en ruiters beter mee om kunnen gaan.

“Angst is een belangrijke functie van ons lichaam, het beschermt je. Als er gevaar dreigt gaat je hartslag omhoog, je ademhaling versnelt en er komt een stoot adrenaline in je bloed. Je staat klaar om te vluchten of te vechten.”

Een risico levert angst op
“Ook als er geen levensbedreigend gevaar op je afkomt, kan je toch angst ervaren. Het vooruitzicht om van je paard te vallen en gewond te raken kan je bang maken. Maar als je paard nog niet schrikt, is dat een spook dat jíj ziet. In werkelijkheid is je paard namelijk helemaal nog niet geschrokken. Dan is het goed om te weten dat je angst minder wordt als je weet dat je in staat bent om het ‘gevaar’ af te wenden.

Jouw referentiekader bepaalt of en waar je bang voor bent. Dat hangt bijvoorbeeld af van wat je eerder hebt meegemaakt, in welke situaties je bang bent geweest en of je die hebt kunnen oplossen. Daarnaast is iedereen uniek. Waar de een volledig op zijn gemak kan zijn in een bepaalde situatie, kan de ander daarbij in paniek raken. Het is maar hoe je het beleeft. Er zijn mensen die al bij een kleine bok van een paard in paniek raken, maar er zijn ook mensen die pas angst ervaren als ze na een complete bokserie naast hun paard hangen.

Iedereen heeft zijn eigen beleving op basis van eerdere ervaringen. Dat hoeft niet eens je eigen ervaring te zijn. Het zien en getuige zijn van een nare gebeurtenis bij iemand anders kan jou ook angst bezorgen.”

Je bent wél goed genoeg!
Malene: “Het lastige is, dat we vaak van onszelf balen, als we bang zijn. Het leidt tot zelfkritiek en het gevoel dat we niet goed genoeg zijn. En dat is helaas nu net wat de doorslag geeft bij gevaar, risico en de angst die dat op kan leveren. Wanneer je weet dat je in staat bent om een risicovolle situatie te beheersen kun je je angst beteugelen. Je weet dat je handelend kan optreden en het gevaar kan afwenden.

Maar als jij jezelf niet goed genoeg vindt of onzeker bent, dan heb je veel meer last van angst. Je acht jezelf niet in staat om het gevaar te keren. Er is dus een relatie tussen hoe jij naar jezelf kijkt en of jij je omgeving als veilig of niet veilig ervaart.

Omdat je zelf de oorzaak van je angst bent, kan je er ook iets aan doen. De wetenschap dat datgene wat je angst aanjaagt in feite nog moet gebeuren geeft ruimte in je hoofd om te schakelen naar datgene wat je aan het doen bent en wat je wilt gaan doen. Je kunt je gedachten dus letterlijk veranderen!

Als je de gedachte aan het schrikken van je paard en aan vallen los kan laten, wordt ook je angst veel minder of verdwijnt zelfs. Kennis is macht in dit geval. Als je weet hoe angst werkt, dan kan je deze ook negeren. Focus je op waar je mee bezig bent en ga dat verbeteren.”

Tips
Malene geeft vier overwegingen voor iedereen die met minder angst op haar paard wil zitten:

De oorzaak van je angst ligt niet buiten je, maar in je. Dat betekent ook dat je er iets aan kan doen.
Angst is gebaseerd op een illusie. Verander je de overtuiging, dan verander je wat er in je hoofd gebeurt en zal je ook anders gaan reageren. Het verhaal in je hoofd moet een andere wending krijgen.
Als het al tien keer goed gegaan is met het rijden in die spannende bak, dan kan je die angst heus verbannen. Je angstgevoel is niet meer nuttig want de situatie is veranderd.
Je bent goed zoals je bent. Het (onbewuste) idee dat je niet goed genoeg bent is je grootste belemmering. Je bent veel groter en machtiger dan je soms denkt te zijn en je kan onverwachte situaties prima aan.

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Bron: dressuurmagazine.nl – 4 januari 2019, 07:00 – Mirjam Hommes

Presteren zonder druk – Dressuurmagazine

Presteren op een wedstrijd is best lastig, zeker als er druk op ligt. Die druk veroorzaak je soms zelf, maar wordt ook vaak opgewekt door bijvoorbeeld de eigenaren van een paard, je stalgenoten of zelfs je ouders. Hoe ga je daarmee om? En hoe zorg je dat de druk binnen de perken blijft, zodat jij het beste uit jezelf en je paard naar boven kan halen?

Malene Nooteboom, dressuuramazone en instructrice, heeft zich verdiept in presteren onder druk. “In de psychologie is veel onderzoek gedaan naar het fenomeen ‘druk’. Het kan positief zijn, mensen presteren bijvoorbeeld in teamverband vaak beter dan alleen. En als iemand je steunt, presteer je beter dan wanneer een toeschouwer je verbaal afbreekt.

Zo vroegen onderzoekers aan kinderen om een vislijn op een hengel te rollen. De ene keer werden ze aangemoedigd en was de opdracht zo gepiept, de andere keer werden ze uitgescholden en uitgelachen en werd de prestatie alleen maar minder.

Ook blijkt het effect van druk door mensen om je heen af te hangen van de vraag of je iets gemakkelijks of iets moeilijks moet doen. Wanneer een hoogspringer met een persoonlijk record van 2.34 meter een sprong moet maken over 1.80 meter en de omstanders jouwen hem uit, kan hij toch makkelijk een foutloze sprong maken. Hij weet immers zeker dat dit voor hem een makkelijke opgave is.”

Moeilijke taken gaan slechter met publiek
Hoe komt het nou dat we moeilijkere taken slechter doen met anderen erbij? Er zijn drie oorzaken, vertelt Malene:

De aanwezigheid van anderen kan ons scherper maken. We weten niet wat het publiek gaat doen. Er bestaat een kans dat we op hen moeten reageren. We zijn waakzaam en dat kan tot spanning leiden.
Anderen kunnen ons beoordelen – of we denken dat ze dat doen. Daarom gaan we in hun aanwezigheid de lat nóg hoger leggen, soms zelfs boven ons niveau. Dit zorgt natuurlijk voor een hoop stress. Puur omdat we bezorgd zijn dat anderen ons misschien beoordelen.
Alles dat ons afleidt van onze taak, maakt ons gespannen. We kunnen ons nou eenmaal moeilijk focussen op meer dan één ding tegelijk. Bijvoorbeeld als je aan het losrijden bent voor een proef terwijl er iemand langs de kant aanwijzingen staat te schreeuwen naar een andere ruiter. Hierdoor kan je de focus kwijtraken.
Focus op wat je wél goed kan
Malene legt uit dat je op wedstrijd niet moet focussen op wat nog niet zo goed gaat. “Om echt goed te kunnen presteren, moet je er vooraf van overtuigd zijn dat de onderdelen die je in de proef tegenkomt voor jou en je paard geen probleem zijn. Een onderdeel dat je niet goed beheerst, zal altijd wat spanning geven omdat je het tóch op dat moment goed wilt doen. Wil je toch starten, ook als nog niet alle onderdelen vlekkeloos gaan? Leg je er dan bij neer dat je voor dit zwakke onderdeel een onvoldoende krijgt en focus op de oefeningen die erna komen. Je hebt dan op maar één onderdeel een misser.”

Publiek dat je steunt
“Zorg er bovendien voor dat je mensen om je heen verzamelt die je steunen en opbouwend begeleiden. Stalgenoten die je afbranden, die hameren op onderdelen die nog niet goed gaan, die denigrerend reageren of je zelfvertrouwen beschadigen, moet je niet in de buurt willen hebben. Probeer letterlijk en emotioneel afstand van hen te nemen. Neem mensen mee die echt begrijpen wat het is om paard te rijden. Die het zelf ook gedaan hebben en die interesse hebben in het paard, de sport en de manier waarop jij de sport beheerst en beoefent.

Mensen die jou gaan vergelijken met anderen, mensen die je een negatief gevoel geven, mensen die meer bezig zijn met hun eigen ‘ik’, mensen die mee willen om er bij te kunnen zijn, mensen die je uitschelden omdat je prestatie niet is wat zij ervan verwachten en mensen die dreigen het paard weg te doen omdat je de beker niet meeneemt, zijn allemaal mensen die je kunt missen als kiespijn. Dit zijn mensen die voor zichzelf de lat hoog hebben liggen maar vergeten zijn, dat ze er zelf ook jaren keihard voor hebben moeten werken om ergens te komen. Het werkt niet voor iedereen om de spreekwoordelijke zweep er maar even overheen te halen.”

Ouders: Blijf positief
Malene heeft een oproep voor iedereen die op wedstrijd gaat: “Laten we er met zijn allen voor zorgen dat we als ruiters alleen de prettige mensen meenemen op concours en dat we als groom of toeschouwer onze eigen frustraties thuislaten en de ruiter steunen.

Ook voor ouders is dat een belangrijke boodschap. Een kind kan veel gemakkelijker en beter presteren wanneer er positief gereageerd wordt, hoe slecht de prestatie ook was. Het resultaat wordt alleen maar minder als ouders teleurgesteld of zelfs kwaad reageren. Dat veroorzaakt faalangst en een negatieve associatie met presteren in het algemeen. Dat kan ook voor de verdere toekomst van een kind gevolgen hebben.”

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Bron: dressuurmagazine.nl – Presteren (z)onder druk
28 december 2018, 07:00 – Edited on 9 januari 2019, 16:39 – Mirjam Hommes

Help mijn paard rent zijn proeven door – Dressuurmagazine

Sommige paarden lijken op wedstrijd opeens wel een extra versnelling te hebben gevonden. Opeens loopt hij door je hand, laat zich op de voorhand vallen en is nog maar moeilijk te controleren. Nette wendingen en overgangen worden een probleem, om nog maar niet te spreken van een fijne verruiming vanuit het achterbeen of een gedragen schouderbinnenwaarts. Terwijl er thuis niets aan de hand is. Wat nu?

Malene Nooteboom, dressuuramazone en instructrice, weet raad. “Omdat je paard thuis altijd wél aan de hulpen staat, denken veel ruiters dat dit gedrag alleen op of tijdens de proef te trainen valt. Dat is niet zo. Want alles staat en valt met een stukje tempocontrole.”

Onder je blijven
“Een goede oefening voor thuis is het super langzaam stappen of draven. Laat daarbij elke keer de teugels in een boogje hangen om te testen of je paard echt onder je blijft of direct weer groter of sneller gaat bewegen.

Zodra je paard onder je weg loopt, rem je direct af met je zithulpen en je sluit je handen in een ophouding. Let hierbij op dat je wel mee blijft veren en niet blokkeert in je handhulp. Wanneer je paard weer in het gewenste tempo loopt, test je opnieuw of hij onder je blijft. Laat heel rustig de teugels weer vieren en haal de druk er volledig af. Blijft het paard nu wel netjes onder je, dan beloon je hem uitbundig met je stem of met een klopje. Loopt hij weer onder je weg, dan herhaal je de hulp en rem je opnieuw af.

Je gaat dus eigenlijk in je training continue spelen met het tempo. Daarbij leg je de nadruk op een heel trage stap, draf of galop. Door elke keer te verruimen en weer terug te sluiten krijg je steeds meer controle over het sluiten en zodoende steeds meer controle over het afremmen.”

Overgangen
“Ook overgangen zijn natuurlijk van belang” zegt Malene. “Wanneer je paard ook maar een heel klein beetje onder je vandaan loopt, kun je al een overgang terug maken. Wees daar heel duidelijk in. Ga direct diep zitten, maak je been lang, span je bovenbenen iets aan en maak een remmende ophouding. Wanneer het paard de overgang terug maakt of gaat halthouden geef je als antwoord direct een ontspannen zit en ontspan je jouw armen.

Vaak wil je paard daarna direct weer weglopen. In dat geval sluit je direct weer je hulpen zodat het paard opnieuw stil gaat staan. Haal de remmende hulpen wel meteen weer weg zodra je paard wacht. Dit is heel belangrijk, want als je continue blijft remmen loopt het paard uiteindelijk door de hulp heen. Het paard voelt de remmende hulp niet meer. Wanneer je kleine korte hulpen afwisselt met lucht geven (de hulp weghalen), zal er zeker weer een reactie volgen.

Door deze oefeningen met regelmaat te herhalen in je training, maak je jouw paard scherp aan de hulpen en leer je hem om te wachten op voorwaartse hulpen. Wanneer je dit ook tijdens het losrijden doet, zul je merken dat je paard echt bij jou gaat blijven.”

Toepassing in een dressuurproef
“Tijdens je proef moet je paard aan diezelfde hulpen blijven staan. Zorg ervoor dat je houding en zit hetzelfde blijft als tijdens de training en tijdens het losrijden. Wanneer je door wedstrijdspanning gaat klemmen, komt je hulp al veel minder door dan wanneer je ontspannen kunt zitten.

Op het moment dat je voelt dat je paard toch onder je vandaan gaat lopen maak je weer een duidelijk remmende ophouding, die je ook direct weer los kunt laten. Herhaal dit totdat je reactie voelt bij je paard.

Wanneer je thuis aan de slag gaat met de wachtende oefeningen en tempocontrole zul je merken dat je daar ook op wedstrijd steeds meer profijt van hebt. Toch kan het zijn dat het niet direct lukt tijdens een proef. Dat is niet vreemd, want natuurlijk komt bij een wedstrijd altijd wat spanning om de hoek. Leg daarom de focus op aanspanning en ontspanning en stel doelen die hierbij passen!” adviseert Malene.

Malene Nootenboom is dressuuramazone en instructrice bij haar bedrijf Bewust Wedstrijd Rijden. Ze brengt paarden uit van L2 tot Grand Prix-niveau en geeft workshops en clinics. Ook schrijft ze regelmatig blogs over trainen, wedstrijden rijden en de menselijke factor bij wedstrijdrijden.

Bron: dressuurmagazine.nl – Help! Mijn paard rent zijn proeven door
21 december 2018, 07:00 – Edited on 3 januari 2019, 16:34 – Mirjam Hommes